De Armeense Genocide, 1915

Aan het begin van de twintigste eeuw lag het Osmaanse Rijk gespreid over drie continenten. Het was een grotendeels agrarische samenleving. Het gezag van de sultan was niet absoluut en in sommige randgebieden hadden lokale machthebbers relatief veel autonomie. Op het hoogtepunt van zijn macht bevatte het rijk 29 provincies, onderverdeeld in steden, wijken en dorpen. De Osmaanse samenleving kende tevens een grote verscheidenheid aan etnische en religieuze groepen. Religieuze overtuiging vormde de basis van de identiteit van de inwoners: men werd in de eerste plaats gezien als moslim, jood of christen.

De Osmaanse Armeniërs vormden een gemêleerde bevolkingsgroep.  Een rijke Armeense handelaar in Istanbul sprak verschillende talen en reisde vaak naar het buitenland. Een arme Armeense boer in een Oost-Anatolische dorp sprak vaak alleen Armeens en reisde nauwelijks. De meeste Armeniërs waren apostolische christenen, maar in sommige steden waren ze katholiek of protestant. De Armeniërs woonden  vooral in de oostelijke provinciën. Dit enorme gebied strekte zich uit van Sivas in het westen tot Van in het oosten, en van Trabzon in het noorden tot Aleppo in het zuiden. Daar leefden ze samen met Koerden, Turken, Arabieren en anderen.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog leefden er circa twee miljoen christelijke Armeniërs in het Osmaanse Rijk. In de lente van 1915 nam de Osmaanse regering maatregelen die de vervolging inzette van de Armeniërs in het Osmaanse Rijk. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog leefde hier nog maar een fractie van de vooroorlogse Armeense gemeenschap. Vandaag de dag wonen er vrijwel helemaal geen Armeniërs meer in het Anatolische binnenland. Deze ruwe feiten schetsen in een notendop de complexe geschiedenis van de Armeense genocide.

Om het hele hoofdstuk te lezen, klik op onderstaand document.

Armeen kijkt naar menselijke resten in Der el-Zor, 1916
Armeniërs worden gedeporteerd via de Bagdad spoorweg