24 november 2020

Studenten van de Technische Hogeschool die op maandagochtend 25 november 1940 in Delft bij het station, het eindpunt van de tram of de collegegebouwen arriveerden, werden daar, anders dan op andere dagen, door postende groepjes medestudenten aangesproken. ‘De colleges gaan niet door’, was hun boodschap. Zo begon een studentenstaking die twee jaar na de oorlog in een Delfts gedenkboek werd gekwalificeerd als ‘de eerste openlijke verzetsdaad van een groep van enige betekenis na de capitulatie van de Nederlandse strijdmacht in Mei 1940’.

Aanleiding voor deze protestactie was de Duitse verordening dat de Joodse personeelsleden van de universiteiten en hogescholen uit hun functies moesten worden ontheven. Op 21 november werd dit aan de bestuurders van de universiteiten en hogescholen medegedeeld, één dag later was het nieuws ook onder de Delftse studenten bekend. Studentenvertegenwoordigers van diverse Nederlandse instellingen van hoger onderwijs hadden al wel verwacht dat die maatregel zou worden afgekondigd en daarom reeds nagedacht over een mogelijke reactie op een dergelijk besluit. De Delftse en Leidse studenten hadden het voornemen om in dat geval enkele dagen te staken, terwijl in de overige studentensteden nog werd getwijfeld.

Honderden verontwaardigde Delftse studenten kwamen op zaterdag de 23ste naar het college van de populaire Joodse professor Josephus Jitta. De zaal bleek echter gesloten en Jitta was niet aanwezig. De ouderejaars student Frans van Hasselt sprak de toegestroomde menigte in het trappenhuis van het gebouw toe. Hij riep, in tegenstelling tot wat soms gedacht wordt, bij die gelegenheid niet op tot een staking, maar verzocht de aanwezige studenten dringend om rustig uiteen te gaan en sloot af met een Bijbelcitaat: ‘Zalig zijn, die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen.’ Een luid applaus volgde.

Trappenhuis in het gebouw van de TH Delft waar Frans van Hasselt in november 1940 zijn rede hield. Beeldbank WO2, 113695

Dat weekeinde namen de Delftse studentenverenigingen, en met name leden van het Studenten Corps, het voortouw bij het organiseren van een staking die op maandag en dinsdag zou plaatsvinden. Of ook aan andere universiteiten en hogescholen gestaakt zou gaan worden was echter onduidelijk. Op zondag de 24ste ondernamen vijf Corpsleden zelfs een flinke tocht, deels afgelegd per vijfzitsfiets, in een poging om de studentenverenigingen in Leiden, Amsterdam en Utrecht ervan te overtuigen om eveneens de studieactiviteiten te onderbreken. Alleen de Leidse studenten waren daadwerkelijk van plan om mee te doen, maar zij wilden eerst wachten op een toespraak die professor Cleveringa op dinsdagochtend zou houden.

'U moet er niet mee voetballen'

Bestuurders en hoogleraren van de Delftse Hogeschool deden tot op het laatst nog pogingen om de studentenleiders in de Prinsenstad van hun stakingsplannen af te houden. ‘De TH is een broze bol’, zo waarschuwde een van de bestuurders, ‘U moet er niet mee voetballen.’ De jongeren lieten zich echter niet ontmoedigen en op maandag 25 november begon in Delft de eerste Nederlandse staking tegen de Duitse bezetter. Verreweg de meeste studenten ondersteunden de actie en gingen niet naar college. De lokale politie greep niet in omdat, zo meldde de commissaris achteraf aan de autoriteiten, de actievoerders niemand hadden bedreigd of fysiek gehinderd.

Staking in Leiden op het Rapenburg na de rede van Prof. Cleveringa n.a.v. het ontslaan van de Joodsche Hoogleraar Meyers. Beeldbank WO2 85827

De Duitse bezetter reageerde wél. De rector magnificus van de Delftse Hogeschool kreeg al op maandagavond bericht dat zijn instelling met onmiddellijke ingang en tot nader order voor studenten gesloten werd. Twee dagen later onderging de Leidse universiteit hetzelfde lot. De Duitsers, die de indruk hadden dat ongeveer negentig procent van de studenten in Delft en Leiden het werk had neergelegd, lieten bovendien in die twee steden verschillende studentensociëteiten verzegelen en gezelligheidsverenigingen ontbinden. Deze tegenmaatregelen waren door velen niet voorzien en kwamen daarom hard aan. Volgens een van de Delftse stakingsleiders wilde een groot deel van de studenten eigenlijk het liefst ongestoord verder studeren.

De meeste studenten gingen dan ook weer aan de slag toen de TH medio april 1941 opnieuw de deuren mocht openen. Er lijken maar weinig Delftenaren te zijn geweest die vonden dat uit solidariteit met het verwijderde Joodse personeel door moest worden gestaakt zolang die maatregel niet was teruggedraaid. De universiteit Leiden bleef daarentegen op last van de Duitsers gesloten. Dat Delft anders werd behandeld dan Leiden kwam waarschijnlijk voort uit het feit dat op het niveau van het Nederlandse hoger onderwijs geen andere technische opleiding bestond. ‘Die Wiedereröffnung der TH in Delft geschah keineswegs aus Mitgefühl mit den Studenten, die ungestraft gegen den Reichskommissar demonstrieren zu dürfen glaubten,’ verklaarde de Duitse Generalkommissar Wimmer in juli 1941. ‘Sie entsprang allein dem Wünsche, nicht das ganze niederländische Volk unter der unverantwortlichen Handlungsweise einer Gruppe Jugendlicher leiden zu lassen, zumal es sich um die einzige TH des Landes handelte.’

De stakingsactie van deze groep jongeren heeft de verwijdering van het Joodse personeel van de Hogeschool niet kunnen voorkomen. Wat dat betreft heeft die openlijke verzetsdaad geen duidelijk effect gehad, maar wel is het een uitlaatklep geweest voor het acute gevoel van verontwaardiging dat onder de studenten zeer wijdverbreid was. Andere vormen van verzet lijken destijds door de studentenleiders niet in overweging te zijn genomen, waarbij het overigens de vraag is of een alternatieve actie het ontslag van het Joodse personeel wél had kunnen voorkomen. Desalniettemin maakte deze eerste grote staking in bezet Nederland indruk op de rest van de samenleving. Dat heeft flink bijgedragen aan het idee dat de houding van de Nederlandse studenten tijdens de oorlog over het algemeen lovenswaardig is geweest.

Geschreven door: Jeroen Kemperman, onderzoeker bij het NIOD

Bronnen:

  • Delftsche Studenten Raad, Gedenkboek van het verzet der Delftsche studenten en docenten gedurende de jaren 1940-1945, Delft 1947. Digitaal te raadplegen via https://repository.tudelft.nl/.
  • Jeroen Kemperman, Oorlog in de collegebanken; Studenten in verzet 1940-1945, Amsterdam 2018.
  • Onno Sinke, Loyaliteit in verdrukking; De Technische Hogeschool Delft tijdens de bezetting, Amsterdam 2012.
  • Website Delpher, Deutsche Zeitung in den Niederlanden, 8 juli 1941.

Archief NIOD:

  • collectie nr. 249-0797B, ‘Dossier - Technische Hogeschool Delft’, inv. nrs. 1 en 32.
  • collectie nr. 077, ‘Generalkommissariat für das Sicherheitswesen‘, inv. nr. 354, Meldungen aus den Nederlanden nr. 32, 3 december 1940.
  • collectie nr. 187b,’Delftsche Studenten Contact Groep’, inv. nr. 17.
  • collectie nr. 216k, ‘Departement van Justitie’, inv. nr. 131, notulen van de vergadering van Procureurs-Generaal, 28 november 1940.
  • collectie nr. 244, ‘Europese dagboeken en egodocumenten’, inv. nr. 1312, egodocument A.J. Pekelharing.