10 maart 2021

Op 12 maart 1941 maakte de Duitse bezetter een einde aan het vooroorlogse Nederlandse radiolandschap. De omroepen AVRO, KRO, NCRV, VARA en VPRO werden opgeheven. In hun plaats kwam de Rijksradio-Omroep, later hernoemd tot Nederlandse Omroep. Als enige zender mocht de Nederlandse Omroep nieuwsberichten en amusementsprogramma’s verzorgen. Het vooroorlogse radiobestel was hierdoor gelijkgeschakeld: het stond volledig onder Duitse controle.

Censuur en propaganda

In het eerste oorlogsjaar mochten de vooroorlogse radiozenders nog in de ether blijven. De uitgezonden programma’s stonden echter wel onder censuur en de bezetter gebruikte de radio ook voor propagandadoeleinden. Op 12 maart legde Rijkscommissaris Seyss-Inquart in Verordening VO 49/41 vast dat de Nederlandse Omroep als enige zender radioprogamma’s mocht maken. De NSB'er Willem Herweyer kreeg de leiding over de Nederlandse Omroep. Ook de meeste belangrijke functies werden bekleed door NSB'ers en Duitsers. De Nederlandse Omroep stond onder toezicht van het door de bezetter ingestelde Departement van Volksvoorlichting en Kunsten.

Antisemitisch cabaret

Sommige programma's van de Nederlandse Omroep werden zeer berucht, zoals de propagandapraatjes van Max Blokzijl en het antisemitische Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter. Bij dit politieke cabaret werkten verschillende bekende beroepsartiesten. Auteur en regisseur was de NSB' er Jacques van Tol, die voor de oorlog Nederlands bekwaamste schrijver van revueliedjes en -sketches geweest was. Opmerkelijk genoeg had hij veel samengewerkt met Louis Davids, de befaamde Joodse chansonnier. Een vast onderdeel van het Zondagmiddagcabaret was het optreden van het duo 'Keuvel en Klessebes', vertolkt door cabaretier Piet Rienks en zijn echtgenote Ceesje Speenhoff die in hun dialogen de opvattingen en gedragingen van de naar bevrijding hunkerende Nederlanders belachelijk maakten.

De destijds razend populaire Theo Uden Masman, oprichter van de succesvolle band Ramblers, trad regelmatig op voor de Nederlandse Omroep. Na de oorlog oordeelde de Ereraad voor Muziek dat de Ramblers tot 1 januari 1946 niet mochten spelen. Uden Masman mocht het orkest een half jaar later weer leiden.

Nazificatie van de nieuwsvoorziening

Een maand na de oprichting van de Nederlandse Omroep was de nazificatie van de nieuwsvoorziening voltooid. Eind april gaf het ANP haar laatste nieuwsberichten door, vanaf 27 april 1941 nam de Berichtendienst Nederlandse Omroep (BNO) die taak over. De BNO was gevestigd in het gebouw “Insulinde” aan de statige Rutger Jan Schimmelpennincklaan 3 in Den Haag. Onder leiding van de NSB’er G. Noordhuis werkten zo’n 55 mensen voor de BNO. Hun lidmaatschap van de NSB telde zwaarder dan hun capaciteiten. Tijdens de zoektocht naar goede nieuwslezers kwam zelfs een boekhouder voor de microfoon. Geen wonder dat een verontruste luisteraar zich afvroeg waarom het toch zo moeilijk was om goede omroepers te vinden: “Indien u daarbij uitsluitend zijt aangewezen op leden der NSB, dan kan ik dit mij wel voorstellen”.

Het archief van de Nederlandse Omroep wordt bij het NIOD bewaard.

Onderdeel van dit archief zijn de uitgetypte uitzendingen van de Berichtendienst Nederlandse Omroep. Deze worden momenteel gedigitaliseerd zodat ze woordelijk doorzoekbaar worden. Naar verwachting is dit in het najaar voltooid.

Geluidsfragment

Op 1 september 1944 sprak Blokzijl één van zijn politieke weekpraatjes in waarin hij de "anti" (de tegen het nationaal-socialisme gekeerde Nederlander) er opmerkzaam op maakte dat "werkelijke nationaal-socialisten in deze weken zo rustig en vol vertrouwen zijn". De opname werd één dag voor Dolle Dinsdag uitgezonden.

Geschreven door René Pottkamp, Coördinator Fysiekbeheer en Digitalisering bij het NIOD. 

Illustratie 2: Opbrengsten van optreden van het cabaret van Paulus de Ruiter en het duo Keuvel en Klessebes waren bestemd voor de Frontzorg, een NSB-organisatie die onder meer pakketten stuurde naar SS-vrijwilligers aan het Oostfront.