Dagboek 1762: Mw. P.J.M. (Coby) Venema van Nijnatten

Dagboek 1762 is geschreven door  Coby Venema van Nijnatten. Op 15 februari 1945 wordt ze samen met haar moeder door de Duitsers opgepakt en voor een tijdje opgesloten in de Schaffelaer kazerne in Ermelo. Om de dagen door te komen begint ze een dagboek met de titel “Te midden van de donkere geschriften over deportaties, concentratiekampen, enkele grepen uit mijn dagboek van 15 Feb.’45 tot Maart ‘45”. 

15 februari 1945: "Toen kwam het moment van die dag, dat we geen van tweeën ooit zullen vergeten. Een deur ging open en voor onze (…) stond een grijs uniform.”

Voor hun staat een Duitse officier. Hij haalt het huis overhoop en Coby en haar moeder worden meegenomen, omdat ze verdacht worden van ‘terrorisme’.  In haar dagboek beschrijft ze niet wat de aanklacht precies inhield.

Coby weet in haar dagboek op een indringende wijze het leven in de kazerne te beschrijven. Bij aankomst in Ermelo wordt ze met haar moeder in een cel opgesloten. De cel lijkt in niets op het huis waar ze vlak daarvoor nog rustig stonden te koken .

16 februari 1945: "Er zijn twee stoelen, twee houten bedden met een vieze strozak en een emmer om je behoeften in te doen. De matrassen lijken met hun vlekken wel op landkaarten.”

Ze moet licht huishoudelijke werk doen, als dweilen, vegen en wassen. Om de tijd te doden schrijft ze in haar dagboek over de Duitse soldaten, de gesprekken en het eten dat zij en haar moeder krijgen voorgeschoteld.

19 februari 1945: "Menu: een bord groene waterige erwtensoep, die ons de toekomst minder bol doet zien. (…) ’s Nachts verbeelden we ons dat we last van muizen hebben. Er kriebelt iets aan mijn voet. Het is vuilbek (de wacht red.) die van 2-3 uur zich dodelijk verveelt en ons uit de slaap houdt."

Naast schrijven tekent ze ook veel en staan haar dagboeken vol afbeeldingen van het gevangenisleven.  De gevangenisbewakers zijn gecharmeerd van haar tekeningen, want in ruil voor het tekenen van verjaardagskaarten krijgt ze soms extra voedsel.

Door haar tekentalent worden de bewakers ook steeds aardiger tegen haar en vertellen ze haar persoonlijke verhalen. Ze hoort de verhalen met interesse aan, maar blijft kritisch ten opzichte van de bezetter en iedereen die met de Duitsers collaboreert.

21 februari: "Er is een aardige wacht gekomen. (…) Vol enthousiast vertelt hij over zijn meisje, dat Coby heet. Ik doe erg medelevend over deze naamgenote/lelijke moffenmeid.”

Na een paar weken wordt ze met haar moeder weer vrijgelaten. 3 maart 1945: "Vanmorgen vertelde de wacht me dat er twee vrouwen worden vrijgelaten. (…) Ze rammelen aan onze deur. Inpakken! Jullie worden vervoerd. (…) Dan wandelen we eruit. Als vrije mensen."

De reden van hun vrijlating is net als de aanklacht onbekend.

Coby en haar moeder slapend, erwtensoep
Coby en haar moeder zijn vrijgelaten