Dagboek 1793: Hendrik Gerardus van Megen

Dagboek 1793 is geschreven door Hendrik Gerardus van Megen. In zijn dagboek doet hij verslag van zijn leven als schipper tussen september 1944 en 27 juli 1947.

Gedurende de rumoerige dagen rond Dolle Dinsdag op 5 september 1944 gaat er het gerucht dat de vrachtschepen door de Duitser in beslag worden genomen. Na een paar onzekere dagen wordt het gerucht waarheid en wordt het vrachtschip van Hendrik opgeëist. Hij moet nu in dienst van de Wehrmacht in Duitsland varen en goederen en grondstoffen vervoeren.

30 september 1944: "Op alle bruggen waar we anders altijd moeten betalen is het nu anders. Wij zijn nu Wehrmacht-transport en dat is vrij, of beter, zij betalen eenvoudig niet.”

Gedetailleerd vertelt Hendrik per dag wat hij meemaakt en wat hij van het gebombardeerde Duitsland ziet.

14 februari 1945: "Tegen half twee gaat het alarm en direct daar zijn er de vliegtuigen, en weer koersen zij op Dresden. Weer is de lucht hel verlicht door licht kogels en brandbommen en zware brisantbommen. Duidelijk hoor je het dreunen. Die mooie stad Dresden, wat zal die er uit zien.”

Eind april 1945 vaart hij in het frontgebied en maakt hij de bevrijding door de Russen mee.

1 mei 1945: ,,De toestand wordt steeds erger. Van beide zijde wordt er druk geschoten. Je hoort granaten over ons heen suizen.”

Het schip wordt in beslag genomen door de Russen en hij moet zijn schip verlaten. Hij verschuilt zich in een huis aan de dijk omdat Duitse soldaten de boot onder vuur kunnen nemen. Hendrik zit letterlijk vast tussen de strijdende partijen.

4 mei 1945: "Aan de overzijde op de berg barsten granaten (…) Er wordt direct teruggeschoten (…) Trouwens als we hier een voltreffer krijgen en die kans is niet gering, want er wordt vanuit dit huis ook geschoten dan zijn we er hier ook geweest. Maar we hopen maar steeds dat we daar voor gespaard blijven.”

Na de capitulatie van Duitsland valt hij met zijn schip onder het Russisch gezag. In september 1945 moet hij voor de Russen in Torgau werken. Ook bezoekt hij Berlijn om te kijken of hij van een Russische officier toestemming kan krijgen om met zijn schip terug naar Nederland te varen.

30 september 1945: "Er was geen enkele instantie van de Russische bezetting die zich daarmee wilde bemoeien. Alles moet over Moskou geleid worden.  De Ned (iemand van het Nederlandse consulaat die zich daar net had gevestigd red.): Regering was druk in overleg met Moskou maar de Russen zeggen dat zolang de kanalen niet bevaarbaar zijn, zij zeggenschap willen hebben over de schepen.”

Uiteindelijk beland Hendrik zoals hij zelf beschrijft in een soort ‘ballingschap’. Hij krijgt geen toestemmingvan de  Russen om met zijn schip naar Nederland te varen. Wel kan hij twee weken met verlof zijn gezin in Nederland bezoeken.

Deze situatie duurt tot halverwege 1947. Uiteindelijk krijgt hij de juiste papieren en kan hij zijn terugreis in gang zetten. Eind juli bereikt hij weer met zijn schip het Nederlands grondgebied.

27 juli 1947: "Naar sloten gevaren en allerhartelijks ontvangst gehad door vele mensen uit Sloten en Badhoevendorp. Veel vlaggen hingen uit. Iedereen was verheugd op onze behouden terugkomst.”