Schrijven in een dagboek tijdens de Tweede Wereldoorlog

Veel Nederlanders besloten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de dagelijkse gebeurtenissen bij te houden in een dagboek. 

De meeste Nederlanders waren nog nooit betrokken geweest bij een oorlog. De behoefte om alle ontwikkelingen op te schrijven voor hun eigen herinnering en de naaste familie was dan ook heel groot. Uit alle lagen van de bevolking pakten Nederlanders de pen op en begonnen, vaak op 10 mei 1940, met hun memoires.

In het begin was er nog papier en schreven velen in dagboeken of mooie schriften. Maar toen de schaarste toesloeg werden er andere vormen van papier gebruikt. In oude schoolschriftjes, kasboeken of op losse papiertjes zoals vloeipapier, beschreven Nederlanders het dagelijks leven en hun belevenissen.

Het schrijven was in de meeste gevallen een uitlaatklep. Zo scheven de auteurs in moeilijke situaties, zoals tijdens de onderduik en in een kamp, vaak door. Al moesten ze natuurlijk wel opletten wat ze schreven. Zeker voor Joodse onderduikers en leden van het verzet was het soms gevaarlijk om bepaalde gebeurtenissen en namen op te tekenen. Daarom werden de dagboeken vaak verstopt en als de tijd en de situatie het toelaat tevoorschijn gehaald.