In 1998 ondertekende Nederland de Washington Principles, de richtlijnen om correct en zorgvuldig om te gaan met de identificatie en restitutie van roofkunst. Maar al eerder werden belangrijke stappen gezet die hebben geleid tot het huidige Nederlandse restitutiebeleid.

    Aangiftebiljet Stichting Nationaal Kunstbezit

    Voorgeschiedenis
    Direct na de Tweede Wereldoorlog is geprobeerd om zoveel mogelijk geroofde cultuurgoederen, zoals schilderijen, maar ook boeken, judaïca, archieven en muziekinstrumenten, op te sporen in Nederland en Duitsland. Een groot deel van de geroofde bezittingen vernietigd of verloren gegaan; een ander deel is nooit teruggevonden en sindsdien verspreid geraakt over de wereld. Maar duizenden objecten zijn wel teruggevonden en gerecupereerd.

    Na de bevrijding konden de eigenaren of hun erfgenamen de voormalige bezittingen terugvragen bij de Stichting Nederlands Kunstbezit die de gerecupereerde cultuurgoederen beheerde. Maar vaak waren zij niet in staat om aan te tonen van welke goederen zij beroofd waren. Het restitutieproces verliep moeizaam en veel teruggehaalde kunstwerken bleven uiteindelijk in beheer van de Nederlandse Staat. Die kunstwerken vormen vandaag de dag de zogenoemde Nederlands Kunstbezit-collectie.

    Vanaf het einde van de jaren negentig is er internationaal opnieuw aandacht ontstaan voor de problematiek van de restitutie van nazi-roofkunst. In 1998 besloot het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de herkomst van de individuele werken in de NK-collectie te onderzoeken en daartoe werd Bureau Herkomst Gezocht gevormd. In 2001 is de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (Restitutiecommissie) ingesteld om onafhankelijk advies uit te brengen over individuele restitutieverzoeken. Ook hebben de Nederlandse musea zelf onderzoek verricht naar mogelijke gevallen van roofkunst in hun collectie en de resultaten daarvan gepubliceerd.

    Tot 2018 werd feitenonderzoek in individuele claims verricht door de Restitutiecommissie. Vanaf september van dat jaar wordt het onderzoek verricht door het Expertisecentrum Restitutie.

    Meer informatie:

    • De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed publiceerde een dossier over het restitutiebeleid. Daarin is te lezen hoe een restitutieverzoek of een gezamenlijk verzoek om onderzoek kan worden ingediend, hoe een dergelijke procedure verloopt, en wat daarvoor de vereisten zijn.
    • Alle objecten in de NKcollectie zijn onderzocht op herkomst en gepubliceerd op de website van Bureau Herkomst Gezocht. Ook kunt u op deze website zoeken naar gegevens van kunstwerken die nooit zijn teruggevonden en vandaag de dag nog steeds vermist zijn.
    • Een deel van de Nederlandse musea heeft onderzoek uitgevoerd naar de herkomst van kunstwerken in hun collectie. Op de website van het onderzoek Museale Verwervingen vanaf 1933 is hierover informatie te raadplegen, waaronder een overzicht van kunstwerken met een mogelijk verdachte herkomst.
    • De in 2001 door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ingestelde Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (Restitutiecommissie) adviseert over individuele restitutieverzoeken.