17 december 2020

Al voor de Tweede Wereldoorlog was het mogelijk om een gesproken groet op te nemen. Vanaf 1938 stonden in de warenhuizen Bijenkorf en Vroom & Dreesman kiosken waarin men kon plaatsnemen. Na het ingooien van munten was het mogelijk om een berichtje van een minuut in te spreken. Op een klein aluminium- of kartonnen plaatje kwamen deze zogenaamde ‘groetenplaatjes’ uit het apparaat rollen.

Na de oorlog werden gesproken brieven razend populair onder naar Nederlands-Indië uitgezonden militairen en hun familieleden. Bij duizenden moeten ze zijn ingesproken en verscheept over zee. De ingesproken boodschappen deden er dus net zo lang over om de ontvanger te bereiken als de geschreven brief. Maar de emotionele waarde om de echte stem te horen was des te groter.

De achtergebleven families in Nederland konden terecht bij het geluidstechnisch bureau van Jac. van der Klei uit Hilversum. Overal in het land huurde Van der Klei zaaltjes af waar hij zijn apparatuur opzette. Bewoners uit de omgeving liet hij weten dat zij op een bepaalde datum een gesproken brief konden opnemen voor hun zoon, echtgenoot, broer of vader overzee. Soms werd van de spreker een foto gemaakt die later als label op de plaat werd geplakt. De plaatjes waren vervaardigd uit een drager van karton met daarop een laag van (nitro)celluloselak. In deze laklaag werden de groeven gesneden waarin het stemgeluid werd vastgelegd. De Welfare-dienst van het leger ondersteunde de geluidsberichten onder de leus "OK we leven mee met de jongens overzee".

Voor de soldaten in Nederlands-Indië was de Strijdkrachten Programma Reportage Dienst in het leven geroepen. De radiowagens van deze dienst waren uitgerust met opnameapparatuur en reden langs de legerplaatsen zodat de soldaten hun boodschap konden inspreken. In de grotere steden waren zelfs kleine opnamestudio's. Eind jaren veertig sprak een radio-uitzending vanuit Nederlands-Indië over de "grote waarde van de groeven op plaat: voor duizenden ouders, vrouwen, kinderen en verloofden in Nederland het kostbaarste geschenk uit dit land over zee en dat is de klank van de soldatenstem".

Een van de soldaten die een gesproken brief naar het thuisfront verstuurde was Cees van der Steen. Van november 1946 tot maart 1950 was hij met de 10e Genie Veldcompagnie op verschillende plekken op Java gelegerd. Hij onderhield een levendige correspondentie met zijn ouders, broers en zusje in Den Haag. Hij maakte soms grappige tekeningetjes maar dat het menens was vertrouwde hij ook toe aan zijn brieven.

Zelfportret dat Cees voor zijn zusje Rie maakte

Op 6 september 1947 schreef hij: "Zondag zijn we naar de kerk geweest met de spuit bij ons, wat eerst wel vreemd is maar dat went wel want als je hier buiten 't kamp gaat moet je altijd je wapen bij je hebben". Voor kerst dat jaar ontving Cees een luisterplaat van zijn ouders, of zoals zijn moeder het noemde: “hier een brief van thuis, nu niet geschreven maar gesproken”. Als antwoord stuurde Cees ook een “gesproken epistelletje” naar huis. Voor elk van zijn broers en zusje had hij een persoonlijke boodschap. Zijn broertje Jan die postzegels verzamelde, beloofde hij "een partijtje voor je op de kop te tikken en op te sturen". Met broertje Harry, die hij gekscherend 'de dikke' noemde, beloofde hij later naar voetbalwedstrijden te gaan. En zusje Rie kreeg de opdracht goed te eten zodat ze "net zo dik als een Hollands boerendeerne" zou worden. Zijn ouders liet hij enigszins nostalgisch weten: “over een klein jaartje hoop ik toch achter een bord vol Hollandse hutspot te zitten bij moeder thuis aan de Singel”.

Geschreven door NIOD-medewerker drs. René Pottkamp

Verder lezen en luisteren