Nederland heeft meer Godwins nodig

Vorige week had De Telegraaf duidelijk een rode draad gekozen voor de artikelen in de krant. “Je hoort zelden mensen meer mopperen over asielzoekers,” moet een redacteur hebben bedacht. “Laten we de discussie weer aanwakkeren!” En dat doet men natuurlijk niet door een redelijke dialoog in stand te brengen, maar door in te spelen op vooroordelen.

Zo sprak de krant op 7 januari over een “kansloze asielplaag” en “een invasie”, op 4 januari was er sprake van “aso-asielzoekers” en “asielaso’s”, op 3 januari was het “asieltuig”. Op social media kwamen veel mensen in verzet tegen deze stigmatiseringen. Zo plaatse Rutger Bregman de kop van De Telegraaf naast een andere kop. Deze vergelijking spreekt voor zich.

Door zulke heftige vergelijkingen te maken, voelden anderen zich weer geneigd om de Telegraaf te verdedigen. “Alleen de kop laten zien is eenzijdig, het artikel was puur feitelijk en niet opstokend bedoeld,” reageerde een redacteur. Mensen riepen dat de vergelijking van Rutger Bregman een Godwin is, en vergelijkingen met Hitler nooit een goed argument vormen. Op Twitter ging een artikel van NRC uit december rond, waarin vluchtelingen worden omschreven als “één van de zeven plagen van Europa”. Goed, misschien moeten we niet alleen de redactie van De Telegraaf beschuldigen van discriminatie, en aandacht besteden aan hoe het debat over vluchtelingen over het algemeen in de media wordt uitgevochten. Daarnaast is het belangrijk om een vraagteken te zetten bij onze eeuwige afkeer tegen Hitlervergelijkingen. Want als we geen vergelijkingen meer morgen maken met het verleden, proberen we dan niet ons eigen collectief geheugen uit te wissen?

De Godwin

Met de wet van Godwin is iedere internetgebruiker wel bekend. Juist omdat de Godwin zo populair is, zijn mensen regelmatig geneigd om het concept verkeerd toe te passen. De bedenker van de wet, Mike Godwin, vond het verschrikkelijk om te zien hoe regelmatig in internetdiscussies absurde en onnodige vergelijkingen werden gemaakt met Hitler. Zijn wet is uitgevonden om melige discussiedeelnemers in te laten zien dat deze vergelijkingen onnodig grof zijn en mensen kunnen kwetsen.

De wet is dus niet gemaakt om mensen die voor tolerantie tegenover minderheden pleiten, en dat aan de hand van historische gebeurtenissen doen, af te kraken of aan te vallen. De wet stelt niet dat er een einde moet worden gemaakt aan iedere vergelijking met Hitler of de Tweede Wereldoorlog, maar dat juist de vergelijking voorbehouden moet blijven aan ernstige situaties. De huidige krantenkoppen vergelijken met de berichten uit de oorlog valt dus zeker onder de laatste categorie. Er is immers sprake van een fel maatschappelijk debat, dat onbegrip, discriminatie en zelfs geweld als gevolg kan hebben. Zo zit er een duidelijk verschil tussen de nieuwe snor van je buurman naast het exemplaar van een dictator leggen, en een serieus probleem aankaarten.

Stadia van genocide

Laten we na deze toelichting de vergelijking van Bregman dus serieus nemen en op een eerlijke manier onderzoeken in hoeverre zulke krantenkoppen inderdaad een teken van crisis zijn. De jurist Gregory Stanton bedacht een gedetailleerde methode om de stappen die voorafgaan aan genocide vast te stellen, die nog steeds door de Verenigde Naties als een leidende beschouwingswijze voor genocides herkennen wordt gezien.

Volgens Stanton gaat het om de volgende stadia:

Het Nederlandse stadium

Aan de hand van Stantons beschrijvingen, kunnen we vaststellen dat de huidige situatie in Nederland tekenen vertoont van stadium 3. Een onderscheid maken tussen asielzoekers en burgers zien we ondertussen als vanzelfsprekend (stadium 1) en asielzoekers zijn al tot in de puntjes gestereotypeerd (werkloze verkrachters die onze baan inpikken (?), extremistische moslims die hier de boel op komen blazen, stadium 2). Spreken van een ‘asielplaag’ gaat nog een stuk verder, omdat het daadwerkelijk een vorm van ontmenselijking is. Bij iedere genocide die tot zover heeft plaatsgevonden is ontmenselijking vooraf gegaan; dat is nodig om de slachtoffers gruwelen aan te kunnen doen zonder morele bezwaren, dat is de reden dat genocideplegers spreken van ‘uitroeien’ in plaats van ‘vermoorden’. Mensen omschrijven als insecten is veel gevaarlijker dan ze omschrijven als ‘slecht mens’.

Dit betekent nog niet direct dat er iemand in Nederland een genocide aan het voorbereiden is. Het gaat om enkele koppen van een paar kranten, en deze kranten verspreiden nog niet een totaal ontmenselijkende boodschap, maar lenen het taalgebruik ervan. Als in de bijhorende artikelen ook werd gezegd dat asielzoekers insecten zijn en werd opgeroepen om deze mensen uit te sluiten van de sameleving, was de situatie veel erger geweest. Het gebruiken van zulke koppen kan echter al veel doen met de stereotypes die lezers in hun gedachten ontwikkelen. Vooral mensen die de meeste informatie uit zo’n krant putten en daarop hun wereldbeeld baseren, zullen logischerwijze sneller geneigd zijn om asielzoekers te stigmatiseren.

En al is er nog geen nieuwe NSB opgericht, en al lopen er nog geen knokploegen door de straten, we moeten alsnog niet willen dat zorgen over integratie op deze manier worden geuit. Een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog kan daarom, hoe drastisch deze ook is, mensen weer wakkerschudden en laten nadenken over de mogelijke effecten van stereotyperen en buitensluiten.

Daarom zou het alleen maar goed voor ons maatschappelijk debat zijn om vaker terug te blikken op het verleden en parallellen te ontmaskeren. We worden er bovenal een tikkeltje genuanceerder en toleranter van. 

Nora Gosselink (1996) loopt stage op het NIOD en studeert geschiedenis. 

Propagandaposter van 'De eeuwige Jood' met daarop het Joodse stereotype uit nazi-Duitsland (stadium 2)