Getuigenverhaal: Lous Steenhuis-Hoepelman

Getuigenverhaal: Lous Steenhuis-Hoepelman

Lous Steenhuis-Hoepelman is geboren op 16 mei 1941 in een Joods, politiek bewust gezin. Als lid van de communistische partij weten haar ouders al voor de oorlog dat de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland niet veel goeds betekent, zeker niet voor de Joden. Bij het uitbreken van de oorlog nemen zij dan ook direct deel aan het verzet.

In 1942 wordt het te gevaarlijk en moeten ze onderduiken. Lous wordt bij een halfbroer van vader ondergebracht in Bussum, deze was gemengd gehuwd. Moeder duikt elders onder. Vader wordt op zijn onderduikadres verraden en via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij op 28 februari 1943 is vermoord.

In 1943 moeten ook gemengd gehuwden zich melden voor deportatie. Lous wordt daarom ondergebracht op een ander onderduikadres in Amsterdam, oom duikt zelf elders onder. Lous wordt echter verraden en komt via de gevangenis op de Weteringschans terecht in Westerbork. Daar komt zij als kind zonder vastgestelde naam en zonder papieren aan en wordt daarom genoteerd op een lijst van 'onbekende kinderen'. Op de lijst is zij genoteerd onder de naam Louise Hoepelman, nr.37 en opgenomen in het weeshuis van kamp Westerbork.

In 1944 worden alle 51 'onbekende kinderen' naar Bergen-Belsen en later naar Theresiënstadt gedeporteerd. In 1945 wordt Theresiënstadt bevrijd door de Russen. Terug in Nederland wordt Lous herenigd met haar moeder. Op aanraden van het Rode Kruis wordt Lous vlak na de oorlog (net 4 jaar oud) voor een jaar naar Zwitserland gestuurd naar een kinderhuis ergens in de bergen.

Na de oorlog hertrouwt moeder, en heeft Lous een lieve tweede vader gehad. Ze is redelijk harmonieus opgegroeid. Lous is inmiddels getrouwd, moeder van twee kinderen, en grootmoeder.

"Door mijn verhaal te vertellen op scholen hoop ik jonge mensen er van te overtuigen waar pesten, onverdraagzaamheid, discriminatie en antisemitisme in zijn extremen toe kan leiden."