6 april 2020

Vandaag 75 jaar geleden brak op Texel een opstand uit onder Georgische soldaten die waren ingelijfd bij het Duitse leger. Nadat de Duitsers op 20 april hun laatste steunpunt hadden heroverd, hielden verspreide groepjes opstandelingen hun verzet nog een maand vol. De schermutselingen bleven voortduren totdat de eerste Canadese troepen Texel bereikten, bijna twee weken na de officiële Duitse capitulatie van 8 mei 1945. De strijd op Texel, bij eilanders bekend als de Russenoorlog, wordt daarom ook wel het laatste slagveld van Europa genoemd. De archieven van het NIOD bevatten enkele bijzondere documenten over de opstand van de Georgiërs.

Mattheus Kuip is een 26-jarige Tesselaar die op het boerenbedrijf van zijn vader werkt. Hij is nog geen maand terug van gedwongen tewerkstelling als in de nacht van 5 op 6 april 1945 de muiterij uitbreekt: “Toen we vanochtend opstonden, hoorden we geschiet in de Polder”. Nauwgezet legt hij de gebeurtenissen vast in zijn dagboek: “De kanonnen bulderden weer over ’t eiland. Branden braken uit. Boerderijen, schuren of hangars staan in brand. Op zeven plaatsen ziet men grote rookzuilen omhoog stijgen. Tegen vieren was geheel Texel in rook gehuld. De zon werd door het rookwaas verduisterd”. Op 12 april beschrijft hij de meedogenloze strijd die het eiland teistert: ”Vanmiddag ontstonden er weer nieuwe branden in de polder […]. Als de Duitsers denken dat enkele Russen zich schuil houden in een boerderij of huisje, dan schieten ze het zonder meer in brand”. Aan beide zijden sneuvelen honderden soldaten, onder de bevolking van Texel vallen meer dan honderd doden. In zijn dagboek houdt Mattheus Kuip een lijstje bij van Tesselaars die op de eerste dag slachtoffer werden.

De avond voor de opstand gaf één van de Georgische militairen een boodschap door aan het Texelse verzet: “heute Nacht um 1 Uhr Krieg”. Omdat de Georgiërs hetzelfde uniform droegen als de Duitsers, spraken zij een wachtwoord af. Wie de woorden “denj rozjdenija” (dag der geboorte) niet kon uitspreken, werd met mes of bajonet gedood. Een van de opstandelingen was korporaal Schalwa Tatunaschwili. Tijdens de Blitzkrieg door de Duitsers gevangen genomen, stond hem een slechte behandeling te wachten. Uit lijfsbehoud was hij daarom, net als vele andere krijgsgevangen Russen, toegetreden tot het Duitse leger. Uit zijn oorlogszakboekje (Kennbuch) blijkt dat Tatunaschwili in de Poolse legerplaats Kruszyna werd ingedeeld bij het Georgische Legioen. Als radiotechnicus kwam hij via een plaatsing in Lyon bij het 822e Georgische infanteriebataljon, dat vanaf medio 1943 bij Zandvoort en Bloemendaal was gelegerd. Begin februari 1945 werd het bataljon overgeplaatst naar Texel. Toen bekend werd dat het bataljon ingezet zou worden aan het front in Oost-Nederland besloten de Georgiërs in opstand te komen. In de nacht van 5 op 6 april 1945 om precies 01.00 uur doodden zij vrijwel alle Duitsers en kregen grote delen van het eiland onder controle. Van het vasteland aangevoerde versterkingen drongen de opstandelingen na dagenlange gevechten echter terug tot aan de vuurtoren bij De Cocksdorp, op het noordelijkste puntje van Texel. De overlevenden zagen zich genoodzaakt op 20 april te capituleren maar een handvol Georgiërs verborg zich in de duinen en voerde een partizanenstrijd totdat Canadese troepen het eiland op 20 mei bereikten.

Berichten over de veldslag op Texel bereikten ook de generale staf in Berlijn. Het Kriegstagebuch van de Duitse legerleiding maakte op 7 april melding van “Kämpfe auf Texel gegen die meuternden Russen, die durch die Bevölkerung unterstützt wurden”. Een dag later beschikte de legertop over meer informatie: “Auf der Insel Texel ist ein Aufstand ausgebrochen. Die Aufständischen wurden zusammengedrückt; jedoch ist das Rahmenpersonal getötet worden. Trotz starken Artl.-Feuers kam der Gegner von Süden nicht viel vor. Die Tätigkeit der Terroristen nimmt zu”. Een notitie in het Kriegtagebuch van 15 april illustreert hoe hardnekkig de tegenstand was: “Auf Texel ist die Lage noch nicht bereinigt”. Een stille getuige van de gebeurtenissen is een boekje dat in het voorjaar 1945 ergens op Texel is aangetroffen. Het in 1943 uitgegeven boek maakte deel uit van de veldbibliotheek (Feldbücherei) van het Georgische Legioen en bevat gedichten van Simon Bereschiani.

Kort na de oorlog maakten enkele Tesselaars een inventarisatie van de verwoestingen. Met cijfers gaven zij de mate van schade aan: 1 stond voor licht beschadigd, 4 voor volledig vernietigd en 5 voor gedeeltelijk verbrand. De letter “B” duidt de locatie van een bunker aan. Geheel boven is de vuurtoren ingetekend waar de laatste Georgische soldaten zich overgaven. De rode kruisjes symboliseren prikkeldraadversperringen. Vlak bij het kruispunt is de plek aangegeven waar 65 verdedigers van de vuurtoren werden doodgeschoten door de Duitsers. Dit gebeurde na hun overgave, op 21 april 1945 bij boerderij Buitenzorg aan de Vuurtorenweg.

Bronnen:
Dagboek M. Kuip, collectie 244 inv.no. 43
Collectie Documentatie Zaken 249-0801 dossier: Texel - opstand Georgiërs

Tekst: René Pottkamp