4 november 2019

Tijdens de geallieerde opmars in Noord-Brabant in november 1944 waren er Duitse Sprengkommando's actief om zoveel mogelijk vernielingen aan te richten. In de nacht van 4 op 5 november 1944 bliezen ze eerst een kerktoren op en een uur later het 16e eeuwse stadhuis van Heusden, een vestingstadje aan de zuidelijke oever van de Bergsche Maas, zonder zich te bekommeren om de Heusdenaren die in de schuilkelder van het massief gebouwde stadhuis een relatief veilige schuilplaats tegen het oorlogsgeweld meenden te vinden. De explosie, waarbij de stadhuistoren geheel instortte en daarmee een groot deel van het stadhuis verwoestte, kostte aan 134 mannen, vrouwen en kinderen het leven, zo’n 10 procent van het totale inwoneraantal destijds.

Vanaf eind oktober slapen de inwoners van Heusden vanwege de oorlogshandelingen al in schuilkelders. Op 2 november wordt in het dagboek van de doktersvrouw mevrouw Schimmel-Kiewiet gewag gemaakt van zeer zwaar artillerievuur waarbij doden vallen onder de bevolking van Heusden en veel schade wordt veroorzaakt. Op 5 november schrijft ze : “deze nacht zullen we nooit vergeten. Dit was het vreselijkste wat ik ooit heb meegemaakt”. Nadat kort voor één uur een enorme explosie klonk waardoor de kelder leek te schudden, kwam om twee uur een nog grotere klap en bleek “het stadhuis in de lucht te zijn gevlogen. We durfden niet te denken aan al die menschen die daar een schuilplaats hadden gezocht en wellicht levend begraven waren”. Kapelaan Manders is als een van de eerste hulpverleners ter plaatse en schrijft later in zijn dagboek: “dan kroop ik door een gat in een der muren en kwam terecht in een der kelders, die nog niet geheel en al in puin lag, en zag hier een dode, daar een dode, daar een zwaar gewonde enz liggen. Het was een allertreurigste aanblik”. De kapelaan schrijft over de wanhopige pogingen van de stadbewoners om hun buren en familieleden onder het puin vandaan te halen en dat ze na uren “een jongen van Veerman (prot.)” weten te redden.

In de middag van 5 november trekken mensen “in Engelsch tenue” Heusden binnen en kapelaan Manders kan het eerst nauwelijks geloven dat het echt Engelsen zijn : “Heusden was te zwaar getroffen om te kunnen geloven dat het vrij was. Ik kan niet zeggen hoe ik mij voelde, hoop, vrees, twijfel en toch won het de overtuiging: dat moeten wel echte Engelschen zijn.”

De gebeurtenis die de geschiedenis in zou gaan als ‘de Stadhuisramp van Heusden’ werd al kort na de bevrijding onderzocht door het Bureau tot Opsporing van Oorlogsmisdadigers. Daarnaast werd er van 1947 tot 1948 in opdracht van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie door dr. P.H. Winkelman, in samenwerking met prof.dr. Z.W. Sneller, een historisch onderzoek gedaan teneinde “deze schokkende episode uit onze bevrijdingsgeschiedenis”, aldus het jaarverslag 1948 van het Rijksinstituut, “te leren kennen in haar onderling verband en ze te plaatsen in het kader van de bevrijding van Noord-Brabant”. Winkelman en Sneller concludeerden dat er hier sprake was geweest van een oorlogsmisdaad. Men heeft echter, na jarenlang onderzoek, in de Bondsrepubliek de schuld van de vermoedelijke daders niet in voldoende mate vastgesteld geacht om een vervolging mogelijk te maken.


Een deel van de digitaal beschikbare NIOD publicaties.
 

Het onderzoek werd door het Rijksinstituut in 1950 in boekvorm gepubliceerd onder de pakkende titel Heusden geteisterd en bevrijd. Net als veel andere NIOD-publicaties is dit boek inmiddels gedigitaliseerd beschikbaar via de NIOD website, bij de NIOD publicaties. Heusden, geteisterd en bevrijd, kunt u hier lezen.

Dagboeken van ooggetuigen van de Stadhuisramp te Heusden zijn te vinden in de Dagboekencollectie van het NIOD, collectie 244, inventarisnummer 612, 931, 932 en 933. (Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD).

De stukken betreffende het onderzoek van Sneller en Winkelman zijn te vinden in Archief 256, Heusden.

Voorts zijn er archiefstukken betreffende de stadhuisramp te vinden in 249-0319, Dossier Heusden.

Tekst: Femke Jacobs