11 april 2019

Op dinsdag 11 april 1944, een zonnige voorjaarsdag, even na half drie in de middag, verschenen schijnbaar vanuit het niets zes Britse vliegtuigen vlakbij het Vredespaleis boven het centrale deel van Den Haag. Er was geen luchtalarm afgegaan. Het eerste toestel kwam extreem laag aanvliegen, op een hoogte van 18 meter, en wierp drie bommen af die door de voorgevel van de vrijstaande Villa Kleykamp crashten. Achter elkaar bestookten ook de overige vliegtuigen het gebouw, dat al snel door een grote stofwolk aan het zicht onttrokken werd. Vervolgens verdwenen de zes aanvallers richting Engeland. De aanval had slechts enkele minuten geduurd. 

In Villa Kleykamp was sinds juli 1941 de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters gevestigd. Deze Nederlandse instantie speelde een belangrijke rol bij de introductie van het persoonsbewijs (pb), een verplichte identiteitskaart die iedereen vanaf de leeftijd van 15 jaar bij zich moest hebben. Bij de uitreiking van de persoonsbewijzen moest de toekomstige drager een handtekening zetten op een ontvangstbewijs dat was voorzien van de persoonsgegevens, een pasfoto en een vingerafdruk van de betrokkene. Deze zogeheten ontvangstbewijzen-persoonsbewijs (opb’s), waarmee de echtheid van elk persoonsbewijs door de Nederlandse of Duitse politie kon worden gecontroleerd, werden vervolgens naar de Rijksinspectie in Villa Kleykamp gezonden, waar ze in circa 150 metalen ladekasten werden opgeborgen.

Beeldbank WO2 – NIOD

Het bestaan van deze centrale verzameling van persoonsgegevens vormde een groot probleem voor verzetsmensen en onderduikers die van een vervalst persoonsbewijs waren voorzien. Gedurende het jaar 1943 zocht de illegaliteit daarom naar mogelijkheden om daar iets aan te doen. Een overval op Kleykamp werd overwogen, maar afgewezen. Het gebouw werd namelijk continu bewaakt, ’s nachts liepen er patrouilles met waakhonden rond.

Enkele verzetsgroepen slaagden erin contact te maken met als betrouwbaar ingeschatte werknemers van de Rijksinspectie. Een aantal van die ambtenaren bleek bereid te assisteren bij het ‘rondzetten’ van pb’s, dat wil zeggen het plaatsen van kaarten in het Kleykamp-archief waarvan de gegevens overeenkwamen met die van vervalste pb’s. Het is niet bekend hoeveel pb’s er op deze manier precies zijn ‘rondgezet’, maar wel is geschat dat misschien wel tien procent van de ambtenaren van de Rijksinspectie daar – vaak zonder het van elkaar te weten – wel eens aan mee gewerkt heeft. Voor diegenen die op deze manier aan een valse identiteit zijn geholpen was het acute gevaar van ontmaskering weliswaar geweken, maar voor vele anderen bleef het gegevensbestand van de Rijksinspectie een groot risico vormen.

Mede door de rapporten van Louis d’Aulnis de Bourouill, een geheim agent die in juni 1943 in bezet gebied gearriveerd was, drong het grote belang van het archief in Villa Kleykamp tot de Nederlandse regering in ballingschap door. In december 1943 stuurde d’Aulnis een bericht naar Londen waarin hij voorstelde dat de Royal Air Force het gebouw, waar volgens hem NSB-leden werkten, zou verwoesten. Niet veel later bleek dat slechts een handjevol van de medewerkers van Kleykamp tot de NSB behoorde, maar de ideologische achtergrond van de werknemers lijkt in de besluitvorming geen doorslaggevende rol te hebben gespeeld.


Beeldbank WO2 - NIOD

Veel belangrijker was de vraag of het wel mogelijk was om het gebouw te bombarderen zonder een groot deel van de omliggende wijk óók plat te leggen. Na een precisieaanval van de RAF op een gevangenis in het Franse Amiens in februari 1944, een operatie die overigens geen onverdeeld succes was, leek dat opeens een reële optie. Een Nederlandse speciale commissie, waar onder meer premier Gerbrandy en prins Bernhard deel van uitmaakten, gaf het groene licht voor de aanval op Villa Kleykamp.

Hoewel deskundigen van de RAF het een riskante actie vonden, werden zes lichte bommenwerpers van het type Mosquito geprepareerd en de bemanningen speciaal getraind. Eén van de vliegers was een Nederlander, Flying Officer Robert S. Cohen, een Delftse student die in juni 1941 met een kano de Noordzee was overgestoken. Hij zou uiteindelijk geen bommen boven Den Haag uitwerpen, omdat het afwerpmechanisme van zijn toestel op het cruciale moment haperde. De bevrijding maakte hij niet meer mee: Cohen sneuvelde op 10 augustus 1944 tijdens een operatie boven Frankrijk.

Tien jaar na de bevrijding schreef oud-premier Gerbrandy in Het Algemeen Handelsblad (3 mei 1955) dat voor de luchtaanval ‘welbewust een mooie niet-werkdag [was] uitgekozen’. De oud-premier vergiste zich, want Kleykamp werd gebombardeerd op een normale werkdag, toen vrijwel de gehele staf in het gebouw aanwezig was. Daar was een reden voor: op zo’n moment zouden de archiefkasten waarschijnlijk geopend zijn, en zouden er vele kaarten met persoonsgegevens op de bureaus liggen. C. Moolenburgh, die destijds als assistent-marineattaché bij de voorbereidingen van de luchtaanval betrokken was geweest, verklaarde  vele jaren later dat het uiteraard altijd het uitgangspunt was om zo weinig mogelijk onschuldige slachtoffers te maken, maar dat het voor hem had vastgestaan dat de aanval op Kleykamp tijdens kantooruren moest plaatsvinden om het beoogde doel, het vernietigen van zoveel mogelijk kaarten, te bereiken. Moolenburgh kon zich niet herinneren dat daar destijds verschil van mening over was geweest. ‘Oorlog voeren is een harde zaak’, schreef hij in 1975 aan het Instituut voor Oorlogsdocumentatie, ‘waarbij men zich bij elke operatie moet afvragen, hoe uiteindelijk de minste slachtoffers zullen vallen.’   


Beeldbank WO2 - NIOD

Vergeleken met andere precisieaanvallen die gedurende de oorlog door Britse Mosquito’s zijn uitgevoerd, kan de operatie op 11 april 1944 in militair opzicht een succes genoemd worden. Villa Kleykamp was vernietigd zonder dat er een vliegtuig verloren was gegaan. Dat neemt niet weg dat ook een tiental huizen in de omgeving flink was geraakt. Het aantal slachtoffers op de grond was bovendien aanzienlijk: 62 doden en 23 zwaargewonden. Overlevenden moesten met veel moeite onder het puin van het gebouw vandaan worden gehaald. Onder de omgekomen medewerkers van de Rijksinspectie waren verscheidene ambtenaren die hadden meegeholpen aan het ‘rondzetten’ van pb’s. De gelijkgeschakelde NRC van 13 april 1944 publiceerde een foto van de verwoesting met daarbij het volgende commentaar: ‘Zoals wij gisteren hebben gemeld heeft het onscrupuleuze optreden van de Anglo-Amerikaanse Luchtmacht opnieuw slachtoffers onder de burgerlijke bevolking gemaakt. Bij klaarlichten dag boven Den Haag opererend hebben de aanvallende vliegtuigen doelen getroffen die niets met de oorlogsvoering uitstaande hebben.’

Voor zover ze niet direct door het bombardement waren vernietigd lagen de persoonskaarten van de Rijksinspectie goeddeels onder de ineengestorte resten van Kleykamp. De Duitsers deden er alles aan om van de administratie nog te redden wat er te redden viel. De enorme  schade die door de luchtaanval was aangericht deed aanvankelijk anders vermoeden, maar na het opruimen van de puinhopen bleek dat lang niet alle opb’s verloren waren gegaan. Nog niet de helft was vernietigd: de schattingen variëren van een zesde tot twee vijfde deel. Desalniettemin bood de grote hap die uit het gegevensbestand was genomen veel nieuwe kansen voor het vervalsen en ‘rondzetten’ van pb’s. Hoewel het veel mensenlevens heeft gekost, en het waarschijnlijk meer effect had gehad indien het bombardement veel eerder tijdens de bezetting had plaatsgevonden, is de actie ongetwijfeld van grote waarde geweest voor het Nederlandse verzet.

Door: Jeroen Kemperman

Bronnen:

R.C. de Bruin, ‘Aanval op de kunstzaal ‘Kleykamp’ op 11 april 1944’, in: Terugblik ’40-’45; Maandblad van de Documentatiegroep ’40-’45, 32ste jaargang nr. 4 (327), april/mei 1994, pag. 111-117 (te vinden in NIOD knipselmap KB II 2376).

J.F. Heijbroek (red.), Kleykamp; De geschiedenis van een kunsthandel ca. 1900-1968, Zwolle/Den Haag 2008.

LO-LKP-Stichting, Het Grote Gebod; Gedenkboek van het verzet in LO en LKP, Kampen/Bilthoven 1951.

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 7, Den Haag 1976.

A. Korthals Altes, Luchtgevaar; Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945, Amsterdam 1984.

NIOD dossier nr. 249-0116A: ‘Bombardementen, geallieerde’.

NIOD archiefstukken over de aanval op Villa Kleykamp:

186  Nationaal Comité

226E  Bureau Inlichtingen – Nederlands binnenlands Duits bestuur – rapporten berichtgeving over de situatie in bezet gebied

249-0116A   Dossier - Bombardementen, geallieerde

216b   Departement van Binnenlandse Zaken

249-0752C   Dossier -Spionage

251a   Stichting Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en Landelijke Knokploegen

244  Europese dagboeken en egodocumenten

248-0042A   Dossier – d’Aulnis de Bourouill, Mr. Pierre Louis Baron

KB I 212 Knipseldossier - d’Aulnis de Bourouill, Baron Louis