9 maart 2012

Benien van Berkel, geassocieerd onderzoeker van het NIOD,  promoveerde op vrijdag 9 maart aan de Universiteit van Amsterdam. Haar proefschrift is getiteld Dr. Tobie Goedewaagen, een leven lang nationaal-socialist.

Dr. Tobie Goedewaagen

Dr. Tobie Goedewaagen (1895-1980), een leven lang nationaal-socialist is een biografie over de gelijknamige filosoof en overtuigde nationaal-socialist, die tijdens de bezettingsjaren tot de leidende figuren van het Duitse nationaal-socialistische bestuur in Nederland behoorde. Goedewaagen raakte in de naoorlogse jaren in vergetelheid, maar zijn invloed op het culturele leven is tot op de dag van vandaag merkbaar. Reden om hem en zijn werk door middel van een biografie weer aan de collectieve Nederlandse herinnering toe te voegen.

Goedewaagen kreeg tot taak om op het departement van Volksvoorlichting en Kunsten de Nederlandse cultuur, omroep, journalistiek en kunsten in nationaal-socialistische richting te ontwikkelen. Deze maatregelen, die de Nederlandse samenleving in het hart troffen, maakten hem tot een alom bekende en vooral gehate landverrader met de scheldnaam ‘Rotkar’. Zijn belangrijkste wapenfeit was de oprichting van de Kultuurkamer, waarbij vrijwel alle Nederlandse kunstenaars zich aansloten, ook al wisten ze dat deze hun Joodse collega’s uitsloot. Goedewaagen belette daarnaast de deportatie van Joodse kunstenaars niet.

Wie weet dat Goedewaagen in zijn jonge jaren bevriend was met toonaangevende kunstenaars als de beeldhouwer John Rädecker en een protegé was van de dichter Adriaan Roland Holst, vraagt zich af welke ambities en overtuigingen deze kunstminnende filosoof tot zijn nationaal-socialistische idealen gedreven hebben. Na de oorlog was zijn rol in de wetenschap en de samenleving uitgespeeld, maar de erfenis van zijn werk kreeg zijn beslag in nieuw overheidsbeleid voor de kunsten.

De biografie richt zich niet alleen op het verleden, maar geeft ook een antwoord op de actuele vraag hoe het komt dat de Nederlandse kunstenaars anno 2012 zo weinig weerwoord hebben tegen de extreem zware bezuinigingen die hen treffen en ook nauwelijks in staat zijn te reageren op de negatieve toon als het gaat om de waarde van kunst en cultuur voor de Nederlandse samenleving (‘subsidieslurpers’, ‘linkse hobby’). Kunstinstellingen hebben namelijk van oudsher te weinig oog voor de samenleving en hun publiek.

Benien van Berkel (1965) werkte na haar studie Culturele Studies/Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam ruim vijftien jaar als theatermarketeer in de kunstsector. Ze was onder meer van 1996-2001 Communicatie- en Marketingmanager in Koninklijk Theater Carré en van 2001-2007 Hoofd Communicatie & Marketing bij het Holland Festival. Van 2007-2011 was ze als geassocieerd onderzoeker verbonden aan het NIOD. Per 1 maart aanstaande is ze door Koninklijk Theater Carré benoemd tot Hoofd Marketing en Verkoop.