14 januari 2014

Het NIOD heeft onlangs een bijzondere schenking gekregen: de afscheidsbrief die Ans van Dijk aan de vooravond van haar executie op 14 januari 1948 schrijft aan de directeur van de Strafgevangenis Rotterdam.

Afscheidsbrief Ans van Dijk

Deze An de Rooij heeft door haar ‘liefdevolle bemoeiingen’ het namelijk mogelijk gemaakt dat Ans van Dijk kan toetreden tot de Rooms-Katholieke kerk. Op de dag van haar executie ontving Ans van Dijk de Eerste Heilige Communie.

Ans van Dijk is één vn de twee Nederlandse vrouwen die na de oorlog ter dood is veroordeeld. Alleen bij Van Dijk is de straf ook daadwerkelijk uitgevoerd. Deze straf wordt haar opgelegd wegens het opsporen en verraden van tientallen Joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Joodse Ans van Dijk wordt in 1943 op haar onderduikadres in Amsterdam-West gearresteerd door agenten van het Bureau Joodse Zaken. Om zichzelf te redden wordt ze Vertrouwensvrouw voor de  rechercheur Peter Schaap en verraadt in die functie in de periode van mei 1943 tot en met augustus 1944 tenminste 145 mensen, veelal ondergedoken Joden, waaronder haar broer Jacob met zijn gezin.

Op 20 juni 1945 wordt Ans van Dijk gearresteerd in het huis van haar vriendin in Rotterdam en op 24 februari  1947 wordt zij voorgeleid voor het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam. De rechtbank veroordeelt haar tot de doodstraf. Bij haar berechting wordt haar joods zijn, en daarmee de zeer penibele positie waarin ze verkeerde, niet als verzachtende omstandigheid beschouwd. Integendeel, er wordt haar juist verweten misbruik te hebben gemaakt van het vertrouwen van haar Joodse slachtoffers.

Van Dijk gaat in beroep tegen haar veroordeling, met als verweer alleen uit lijfsbehoud gehandeld te hebben, maar haar straf wordt bevestigd door de Bijzondere Raad van Cassatie en ook haar verzoek om gratie wordt afgewezen.

In 1994 verscheen een boek over Ans van Dijk, geschreven door Koos Groen: ‘Als slachtoffers daders worden: de zaak van joodse verraadster Ans van Dijk’.

Ans van Dijk voor het Bijzondere Gerechtshof in Amsterdam, februari 1947