16 april 2012

‘Hulp aan onderduikers, koerierswerk en ondersteuning van verboden religieuze activiteiten zijn wel degelijk een verzetsdaad en zijn tevens vrijwel altijd vrouwenwerk. De oude, onder meer door dr. Loe de Jong gehanteerde, definitie van verzet is te beperkt. Derhalve is ook de opstelling van Jehovah’s Getuigen onder het naziregime aan te duiden als verzet.’ Dat zei prof. dr. Marjan Schwegman (directeur NIOD) vrijdag 13 april in het Verzetsmuseum in Amsterdam bij de boekpresentatie van Levensverhalen laten leven. Het eerste exemplaar werd aan haar aangeboden.

Levensverhalen laten leven gaat over een ‘vergeten’ groep van drieëntwintig vrouwen die wegens hun pacifistisch verzet tegen het nationaalsocialisme in een buitencommando van het concentratiekamp Mauthausen gevangen werden gehouden.

De auteur, de Oostenrijkse historica en psychologe dr. Anita Farkas, was aanwezig om haar werk toe te lichten. Het boek werd oorspronkelijk in 2004 gepubliceerd met de titel Geschichte(n) ins Leben holen. De drieëntwintig vrouwen waren allen Getuigen van Jehovah die in het klooster van St.-Lambrecht gevangen zaten. Ontroerende ervaringen, levensgevaarlijke incidenten, maar ook het leven van alledag in de kampen Ravensbrück, Mauthausen en St.-Lambrecht geven een helder beeld van de manier waarop deze vrouwen bleven geloven in de kracht van het goede en zich konden weren tegen de onmenselijkheid van het nazisme.

Enige overlevende

Jans Hoogers-Elbertsen (93) is de laatste overlevende van deze groep vrouwen. Ondanks haar broze gezondheid wilde zij beslist bij de boekpresentatie aanwezig zijn. Samen met haar jongere zuster Maartje, die als koerier voor de Jehovah’s Getuigen in het Nederlandse concentratiekamp Oxerhof (nabij Deventer) gevangen zat, vertelde zij over het karakteristieke religieuze verzet van de Getuigen uit die tijd.