31 januari 2019

De dramatische gebeurtenissen die zich in de zomer van 1995 in en rondom de ‘safe area’ Srebrenica hebben afgespeeld blijven de gemoederen bezig houden. Op 2 januari 2019 verscheen op de website van De Volkskrant een artikel met als kop ‘Ministerraad zag drama Srebrenica 25 jaar geleden al aankomen’. ‘Ministers voorzagen bloedbad Srebrenica’, meldde de papieren uitgave van de krant op 3 januari prominent op de voorpagina.

Aanleiding voor deze berichten was de openbaarmaking van de notulen van de vergaderingen van de ministerraad in 1993, het jaar waarin tot de inzet van Dutchbat in de belegerde enclave werd besloten. Geanonimiseerde weergaven van hetgeen in die vergaderingen was besproken waren al eerder aan bepaalde onderzoekers ter beschikking gesteld, onder meer aan het NIOD-team dat in 2002 het omvangrijke Srebrenica-rapport publiceerde, maar nu zijn ze in het Nationaal Archief door iedere belangstellende in hun oorspronkelijke vorm te raadplegen. Dat betekent dat voor eerst de rol van individuele ministers in de kabinetsdiscussies kan worden gereconstrueerd.

Volgens De Volkskrant viel uit bestudering van die onlangs vrijgegeven notulen de volgende conclusie te trekken: ‘Nederlandse ministers die 25 jaar geleden moesten beslissen over de missie naar Srebrenica, twijfelden destijds al of het een goed idee was om militairen naar de enclave te sturen waar uiteindelijk duizenden moslimmannen zouden worden vermoord.’ De koppen boven de twee artikelen gingen zelfs nog een stap verder: die bewindslieden zouden reeds in 1993 hebben zien aankomen dat de inzet van Dutchbat uiteindelijk in een drama zou eindigen.

Hoewel De Volkskrant geen duidelijke onderbouwing voor deze opmerkelijke bewering geeft, komen enkele aangehaalde uitspraken van de toenmalige ministers Ien Dales van Binnenlandse Zaken en Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking het dichtst in de buurt van een dergelijke vooruitziende blik. Dales sprak in het voorjaar van 1993 in de ministerraad over het gevaar van ‘etnische zuivering’ en Pronk achtte later dat jaar de kans groot dat Srebrenica zou vallen en dat de Bosnische Serven dan de Mosliminwoners massaal zouden doden. Zoals hierna zal worden betoogd, rechtvaardigt dit echter niet de conclusie dat deze bewindslieden destijds reeds de ramp hebben voorzien waar de Dutchbatters twee jaar later mee werden geconfronteerd.

‘Haviken’
In welke context hebben Dales en Pronk hun uitspraken gedaan? De voormalige minister van defensie Relus ter Beek heeft tegenover onderzoekers van het NIOD al eens een boekje open gedaan over de verhoudingen in de ministerraad. In zijn beleving hadden zijn collegaministers zich ten aanzien van het Joegoslavische conflict bijna allemaal als ‘haviken’ opgesteld, die telkens weer aandrongen op een grotere militaire inzet van Nederlandse militairen:

‘Wie liepen echt voorop? Dat waren Pronk en Ien Dales en die werden bijna altijd gesteund door Hirsch Ballin. Die mengde zich niet vaak in de discussies, maar als hij dat deed, was hij het meestal met Pronk eens. Ik kan me een discussie herinneren in de ministerraad waarin ons echt, vooral door Ien Dales, afkomstig van Kerk en Wereld, de morele maat werd genomen (…) dat je niet zomaar kon toestaan wat er allemaal gebeurde.’ (Srebrenica, een 'veilig' gebied, pag. 957.)

Omstreeks de tijd dat minister Dales op 2 april 1993 de term ‘etnische zuivering’ hanteerde (tijdens diezelfde vergadering gebruikte ze overigens ook een keer de term ‘uitroeiing’), dreigde Srebrenica, dat volgestroomd was met vluchtelingen uit de omgeving, als gevolg van een groot offensief van de Bosnische Serven ingenomen te worden. Op dat moment was de enclave door de internationale gemeenschap nog niet tot ‘safe area’ verklaard en was er nog geen gevechtseenheid van de Verenigde Naties aanwezig.

Volgens het Volkskrant-artikel was het in juli 1993 dat de Veiligheidsraad de enclave Srebrenica tot ‘een door de VN gegarandeerde veiligheidszone’ heeft uitgroepen. Dit is onjuist, de Veiligheidsraad deed dat op 16 april. Waar De Volkskrant vervolgens meldt dat Pronk de kans groot achtte ‘dat Srebrenica een dezer dagen zal vallen’ en dat de Bosnische Serven dan ‘de mosliminwoners massaal zullen doden’, zou een argeloze lezer misschien denken dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking deze uitspraken eveneens in de maand juli heeft gedaan. Ook dat zou echter een onjuiste gedachte zijn: Pronk gebruikte deze woorden in april, om precies te zijn op 16 april, dezelfde dag dat in New York de resolutie werd aangenomen waarin de enclave tot ‘veilig gebied’ werd uitgeroepen. Het kabinet hoorde dat nieuws de volgende ochtend, op de 17de, van minister van buitenlandse zaken Kooijmans. Op 18 april trokken 145 Canadese militairen Srebrenica binnen om toezicht te houden op een staakt-het-vuren. 

Deze tijdslijn is belangrijk, want dat betekent dat niet alleen de uitspraak van Dales, maar ook de onheilsvoorspelling van Pronk is gedaan vóórdat de Veiligheidsraad Srebrenica tot ‘veilig gebied’ had uitgeroepen en vóórdat er een eenheid VN-militairen in de enclave was gelegerd. De uitspraken van deze twee ministers waren geen waarschuwing tégen de gevaren van het zenden van militairen, maar juist bedoeld als argument vóór een robuustere inzet van VN-troepen om de dreigende inname van de enclave te voorkomen.

Het besluit tot uitzending van Dutchbat naar Bosnië is pas maanden later genomen, tijdens bijeenkomsten van de ministerraad op 12 november en 3 december 1993. Het klopt overigens dat niet iedere minister daar een positief gevoel bij had. Het in 2002 verschenen NIOD-rapport vermeldde dat in november ‘verscheidene bewindslieden’ hun twijfels en zorg over de operatie hadden uitgesproken. Uit de onlangs vrijgegeven notulen blijkt dat deze twijfels en zorgen met name in de vorm van vragen werden geuit: hoe zat het met de financiële aspecten van de uitzending, werd het effect van de inzet van Dutchbat niet overschat, hoe om te gaan met negatieve gevoelens van de plaatselijke bevolking ten aanzien van de aanwezigheid van VN-troepen, en zou van de mee te nemen pantservoertuigen misschien een ‘geweldsspiraal verhogende werking’ uit kunnen gaan? Uit de notulen van deze twee vergaderingen blijkt niet dat een van de ministers toen de ondergang van de enclave verwachtte.

Vertekend beeld
De beslissing tot het sturen van een Nederlandse gevechtseenheid kwam er in de kern op neer dat de ministerraad de gevaren van niets doen groter achtte dan die van íets doen. De basisgedachte achter de VN-aanwezigheid in de ‘veilige gebieden’ was tijdens de ministerraad van 28 mei 1993 door minister Ter Beek uit de doeken gedaan. ‘Louter militair gezien zou die aanwezigheid in een noodsituatie onvoldoende zijn voor de noodzakelijke bescherming en verdediging’, vertelde hij zijn collegaministers: ‘Het feit dat die onvoldoende militaire presentie tot dusver toch heeft gewerkt, komt vanwege de politieke hypothese dat de Serven het tot nog toe wel te vergaand vinden om VN-troepen aan vallen.’

Het levert een vertekend beeld op indien uit de uitspraken van één of twee individuele bewindslieden wordt geconcludeerd dat de gehele ministerraad iets wel of niet zag aankomen. Niet elke minister had dezelfde vrees of hoop voor het toekomstige verloop van het conflict. In april 1993, toen de situatie buitengewoon dreigend leek en er nog geen gevechtseenheid blauwhelmen in Srebrenica aanwezig was, vreesden twee bewindspersonen dat de val van de enclave Srebrenica een groot drama zou worden indien de internationale gemeenschap niet zou ingrijpen. Vervolgens werd Srebrenica tot ‘safe area’ verklaard en trokken Canadese VN-militairen het bedreigde gebied in. Daarmee leek de val van de enclave voorlopig afgewend.

De Volkskrant-artikel levert geen bewijs voor de bewering dat de ministerraad het drama zoals dat zich in juli 1995 heeft afgespeeld, mét de aanwezigheid van Nederlandse blauwhelmen, in 1993 al zag aankomen. De inzet van Dutchbat in de enclave, ook al was het een riskante operatie, was juist bedoeld om zo’n tragedie te voorkomen. Door het gebruik van misleidende koppen en door onvoldoende duiding van de context helpt de krant een mythe in de wereld die geen recht doet aan de werkelijke gang van zaken.

Jeroen Kemperman

Dit artikel verscheen eerder in verkorte versie in de Volkskrant (29 januari 2019) en op de website van de Volkskrant.