10 maart 2020

Het is vandaag precies 15 jaar geleden dat Loe de Jong (Amsterdam, 24 april 1914 – aldaar, 15 maart 2005), de ‘aartsvader’ van het NIOD, overleed. De Jong was directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), de voorloper van het NIOD, vanaf 1 oktober 1945 tot zijn pensionering op 1 mei 1979. Tussen 1969 en 1994 verscheen Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, hét standaardwerk over de bezettingsperiode, geschreven door dr. Loe de Jong. Van zijn hand kwamen in totaal 12 delen uit, verdeeld over 26 banden. Daarnaast was er nog een dun deel Bijlagen, met onder andere 100 pagina's met wijzigingen op de 12 delen en een register. Bovendien verscheen in 1991 deel 14, Reacties, onder eindredactie van prof. dr. J. Th. M. Bank en prof. dr. P. Romijn.  Elk deel dat uitkwam, was een media-event en elk deel werd uitgebreid besproken en becommentarieerd. Nog nooit is in Nederland zo'n korte periode uit de geschiedenis zo uitgebreid beschreven. 

Maar hoe ging Loe de Jong te werk? Allereerst ging hij op zoek naar bronnen, zoals archiefstukken, publicaties en mondelingen of schriftelijke mededelingen. Bij deze bronnen zette De Jong haken om aan te geven welk deel van de bron hij zou gebruiken (tegenwoordig is dit natuurlijk uit den boze!). Daarna typte de secretaresse de bron over op een fiche. Alle fiches werden in de lade van een brandkast opgeborgen. De fiches werden aan de hand van titels in hoofdstukken ingedeeld en de hoofdstukken in deelonderwerpen. Nadat er een volgorde tot stand was gekomen, begon de Jong te schrijven in een schrift (deze moest ongelinieerd zijn). Zijn secretaresses moesten vervolgens zijn handschrift ontrafelen en dit overtypen in een conceptversie. Deze werd vervolgens opgestuurd naar meelezers. De Jong nam de opmerkingen die hij kreeg al dan niet over. In de Memorie van Punten beschreef hij waarom hij de opmerkingen wel of niet meenam in zijn werk. Tot slot werd de laatste drukproef opgestuurd naar de drukker en was er een definitieve versie van het boek. De aantekeningen en drukproeven van de boeken worden bewaard in het ondergrondse archief van het NIOD. Op de foto’s is dit proces te zien aan de hand van een dagboekfragment dat De Jong gebruikte voor deel 10 a van zijn boekenserie.