24 maart 2020

O Rotterdam, o Rotterdam, ‘k heb ze gekend de warme vlam, die gloeiend uit je straten sloeg en ’t bloed me door de ad’ren joeg. Dit citaat over het bombardement op Rotterdam is afkomstig uit het verzetsgedicht van de heer Oostenbroek. Deze maakt onderdeel uit van de verzameling verzetsgedichten van het NIOD en bevat 4860 gedichten die gemaakt zijn tijdens de oorlogsjaren in bezet Nederland. De gedichten hebben betrekking op de politieke situatie van dat moment en werden vaak in het geheim van hand tot hand doorgegeven. De auteurs zijn vanwege het clandestiene karakter van handeling en tekst veelal niet bekend. 

De gedichten werden door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie actief verzameld : het publiek werd opgeroepen om de teksten van tijdens de bezetting circulerende gedichten op te sturen naar het Rijksinstituut, zodat deze een verzameling kon aanleggen van wat de Nederlanders in die jaren bezig hield, waar ze angstig of juist hoopvol over waren, en wat ze belangrijk genoeg vonden om in een gedicht te verwoorden. Van veel gedichten bestaan diverse varianten: de tekst werd vaak aangepast aan de actuele situatie. Of de gedichten een grote literaire waarde hadden deed minder ter zake. Zoals Loe de Jong het in deel 7 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog uitdrukte: “Poëzie? Ja het rijmt. In poëtisch opzicht is daarmee, vrezen wij, alles gezegd. Maar juist zulke strofen [...] drukten vlijmscherp uit wat door de brede massa gevoeld werd: de haat jegens de macht die het land onverhoeds overvallen had, de afkeer van de dwingelandij die van jaar tot jaar zwaarder zou gaan drukken”.

De gedichten werden naar ons opgestuurd door de auteurs, hun nabestaanden of door de mensen die het gedicht destijds ontvingen. De teksten werden overgetypt en alfabetisch geordend op de eerste zin. Begin jaren ’80 werd een fraaie handgeschreven kaartcatalogus, verrijkt met trefwoorden en eventuele gegevens over de auteurs, gemaakt door de formidabele NIOD-medewerkster Marian Ros die tot haar pensionering in 2014 bijgedragen heeft aan de conservering en beschikbaarstelling van talloze onderdelen van de NIOD-collecties. In 2009 werd in het kader van het VWS-programma Erfgoed van de Oorlog de verzameling gedigitaliseerd en de gedichten zijn nu te lezen via de archiefinventaris van het NIOD én op de beeldbank Het Geheugen.