20 januari 2017

De Tweede Wereldoorlog betekende voor menigeen een gedwongen scheiding van hun dierbaren. Sommigen geraakten in gevangenschap, anderen moesten gedwongen hun huis achterlaten. Het NIOD is in het bezit van enkele briefwisselingen die illustreren hoe de getroffenen met hun lot omgingen. Vandaag het jonge meisje Elsmar Ferguson.

Het gezin Ferguson in Amsterdam 1946, Elsmar is het linker meisje)er en haar broertje en zusje, Den Haag 1946.
Het gezin Ferguson in Amsterdam 1946, Elsmar is het linker meisje)

Elsmarianne Agnes Ancy Ferguson wordt op 18 november 1934 geboren in Batavia, Nederlands-Indië, als eerste kind van ir. Jan Ferguson en Ilse Ferguson-Brandts Buys. De kersverse ouders zijn in extase over hun kleine meisje en moeder Ilse schrijft boeken vol over de eerste levensjaren van Elsmar. Ze ontvangen felicitaties van familie uit Nederland en vele foto’s leggen de eerste jaren van Elsmar’s bestaan vast. In oktober 1938 wordt zus Guusje geboren en in januari 1941 komt er een broertje Tom bij. (Tekst gaat onder de foto verder.)

Elsmar met haar ouders in de tuin in Buitenzorg, 26 december 1935

In december 1941 schrijft Ilse in een boekje aan Elsmar: “Oorlog, mijn kind, wat zal ons deel zijn? Zal deze brand ons gezinnetje sparen, zal het liefste dat van ons is, moeten lijden? God alleen weet het.” In maart 1942 bezetten de Japanners Java en valt daarmee ook Buitenzorg, waar de Ferguson’s wonen. Vader Jan Ferguson, houtvester en sergeant bij de Landstorm, wordt krijgsgevangen genomen en tewerkgesteld aan de Birma-spoorlijn in Thailand. In augustus 1942 schrijft moeder Ilse aan dochter Elsmar: “Je hebt veel te verwerken. De heel nerveuze spanning, de Jappen, waarom de Pappies niet thuis komen. Dat moeder zo veel moet naaien en prutsen voor de speelgoed toko. Of er altijd wel genoeg centjes ‘om te eten’ zullen zijn?”.

In november 1942 wordt het gezin overgeplaatst naar Bandoeng, Elsmar heeft groot verdriet als ze veel van haar speelgoed, boeken en  kleding thuis moet achterlaten. In januari 1943 schrijft Ilse aan Elsmar: “We zullen erg ons best doen. Als we nu maar gezond blijven en onze Pappi ook, dan komt alles wel terecht en komt Pappie ons hier wel halen.”. In december 1944 wordt het gezin overgeplaatst naar kamp Tjideng. Moeder Ilse wordt ernstig ziek en overlijdt op 24 juli 1945 in het kamp ziekenhuis. (Tekst gaat verder onder de foto.)

Brief Elsmar aan vader Jan. 

Na de capitulatie van Japan vertrekt de elfjarige Elsmar met haar zusje en broertje in december 1945 naar grootouders Brandts Buys in Amsterdam. Elsmar schrijft veel brieven aan haar vader Jan; over hoe ze ziek van de mazelen aankwamen in Holland, hoe het op school gaat, dat ze naar Zandvoort zijn geweest en hoe erg ze haar vader mist. Op 24 oktober 1946 schrijft grootmoeder Brandts Buys aan Jan: “Zonet een hevige huilbui van Elsmar – ineens een verlangen naar Mammie en dat ze ’t zo heel naar vond dat ze soms zo lastig voor Mammie was. Ik heb haar gesust en nu slaapt ze al weer.”.

Voordat hij naar Nederland komt, ontmoet Jan Ferguson in Batavia Johanna Dijkerman, ‘Jops’ – de weduwe van een collega en een vriendin van de familie. De kinderen kennen haar ook uit kamp Tjideng. Een innige liefde ontstaat en ze corresponderen en bezoeken elkaar, als iedereen weer in Nederland is, veel. Op 2 mei 1947 trouwen Jan en Jops met elkaar en worden Elly en Gert Jan ook Elsmar’s zusje en broertje. Jan is ondertussen, ondanks de rumoerige tijden in de Indische archipel, weer als bosbouwer aan het werk gegaan in Buitenzorg. In oktober 1947 stapt Elsmar met haar nieuwe familie op het stoomschip Johan de Witt terug naar haar vader en Indië. Maar de scholen blijken niet meer hetzelfde als voorheen en grootouders Brandts Buys maken zich grote zorgen om hun oudste kleindochter. Al gauw maakt Elsmar de overtocht weer terug naar Holland om bij haar grootouders in Rheden te komen wonen.

Zie NIOD archief 422 – Archief van de familie Ferguson