6 mei 2020

In deze rubriek interviewen we NIOD-medewerkers over hun werk. Wat zijn hun beweegredenen om voor het NIOD te werken, hoe is het NIOD veranderd sinds hun eerste werkdag en wat heeft hen het meest verbaasd toen zij bij het NIOD kwamen werken? We trappen deze serie af met Monique van Kessel. Monique is sinds 1980 werkzaam als secretaresse bij het NIOD. Monique werd ook geïnterviewd voor de bundel Oorlog in onderzoek – 75 jaar NIOD, dat ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het instituut is gemaakt.

Hoe ben je bij het NIOD terechtgekomen?
‘Ik ben  in 1982 bij het RIOD, de voorloper van het NIOD, gaan werken net na het behalen van mijn Schoevers-diploma. Mijn interesse in de Tweede Wereldoorlog was eigenlijk de voornaamste reden om te solliciteren op de vacature die ik in de krant zag staan. Na een sollicitatiegesprek met de toenmalige directeur Harry Paape en het uitvoeren van een typevaardigheidstest ben ik aangenomen.’

Wat heeft je het meest verbaasd toen je bij het NIOD kwam werken?
‘Ik was het meest verbaasd over de hoge leeftijd van de medewerkers die toentertijd bij het RIOD werkten. De meesten daarvan waren net na de oorlog bij het RIOD gaan werken waren toen ik kwam bijna allemaal in de zestig. Een gelijke verhouding van junior en senior medewerkers was er totaal niet. Iedereen die er werkte, had blijkbaar nooit de behoefte gehad om te solliciteren op een andere baan. Nu ik op mijn NIOD-tijd terugkijk, realiseer ik me dat ik zelf die behoefte ook nooit gehad heb.

Bovendien waren in mijn beginjaren de werkprocessen erg ouderwets. Er werd gewerkt op ouderwetse typemachines. Elektrische typemachines waren er niet toen ik solliciteerde. Toen ik werd aangenomen, stelde ik de voorwaarde dat ik de beschikking zou krijgen over een elektrische typemachine. Na lang aarzelen ging Harry Paape gelukkig akkoord.’

Hoe is het NIOD veranderd sinds je eerste werkdag?
‘Het NIOD is sinds mijn eerste werkdag enorm veranderd. Niet alleen vanwege het feit dat het onderzoeksterrein enorm is uitgebreid, maar ook omdat niet alles meer om het grote geschiedwerk “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” draait. Alle studies die werden verricht, dienden als vooronderzoek voor deze boekenserie.’

Hoe was het om met Loe de Jong samen te werken?
‘Ik heb het altijd heel bijzonder gevonden om voor Loe te werken. Na de pensionering van Lideke Heuwekemeijer in 1982, die na de oorlog zijn secretaresse werd, ben ik voor hem gaan werken. Dit heb ik gedaan tot aan zijn dood in 2005. Gedurende al die jaren veranderde Loe van een afstandelijk hardwerkende chef in een chef die nog steeds ontzettend hard werkte, maar met wie ik een persoonlijke band kreeg.’

De mooiste herinneringen heb ik aan mijn bezoeken aan de Westerwoldestraat, waar hij toen woonde. In de ochtenduren dicteerde hij brieven (moeiteloos omschakelend van het Nederlands naar het Frans, Duits of Engels). Als we niet in zijn werkkamer gingen zitten, zat Riel, zijn echtgenote op de bank mee te luisteren en gaf daarbij ook duidelijk haar op- of aanmerkingen. “Loe, die zin is veel te serieus!”, “Loe, zeg dat eens wat aardiger!”, “Ja hoor, daar meen je niets van!”. Loe werd dan duidelijk geïrriteerd en menigmaal stond hij ineens op en riep: “Laten we toch maar naar mijn werkkamer gaan. Hier is te veel onrust!”. Riel was een hele lieve vrouw. Op een avond belde ze mij op: “Je raadt het nooit! Ik, MULO-meisje heb met scrabble gewonnen van de professor!!”. Eén ding was absoluut duidelijk: Loe kon niet tegen zijn verlies!’