30 oktober 2019

Op 30 oktober 2019 organiseert het NIOD het debat Bezetting en beeld. Over de dynamiek tussen historisch onderzoek en publiek debat bij Spui25. Aanleiding van dit debat is het recent verschenen boek “Op eigen gezag: politieverzet in oorlogstijd”. NIOD-onderzoeker Hinke Piersma beschrijft hierin de lastige spagaat waarin politieagenten verkeerden: zij waren opgeleid om de orde te handhaven en dienstorders op te volgen maar dit kon hen in conflict brengen met hun vaderlandsliefde en geweten. Bij het NIOD liggen verschillende verklaringen van agenten die zich voor de keuze tussen collaboratie en verzet gesteld zagen.

In Kampen weigerde een agent op principiële gronden een bevel uit te voeren. Op een middag in februari 1943 gaf een SD-officier hem de opdracht om arrestanten te fouilleren en hen naar kamp Vught te escorteren. De agent weigerde met de woorden dat “de Duitsers hun eigen zaakjes maar op moesten knappen”. Toen ook een andere agent weigerde, trok de SD-officier zijn pistool en pakte hun dienstwapen af. Na een nacht in de cel doorgebracht te hebben, gingen de politieagenten net als de arrestanten, als gevangene naar kamp Vught. Kennelijk wist men daar niet goed wat ze met de dienstweigeraars aan moesten want pas na twee dagen werden zij geregistreerd en voorzien van kampkleding.

De Haarlemse politieagent Jan Overzet had al vlak na de Duitse inval met een collega afgesproken “we zullen er tegen in gaan”. Toch ontkwam hij er niet aan om Duitsers te begeleiden bij hun patrouilles. Soms moest hij dienst doen in bioscopen om de orde te handhaven. Als propagandafilms werden vertoond klonk nogal eens boegeroep uit de zaal; de politieagenten moesten dit voorkomen. In een interview dat Jan Overzet in 1992 gaf, herinnerde hij zich dat de Haarlemse agenten verplicht waren om de Duitse propagandafilm Jud Süss te zien.

Boven de horlogerie van de familie Ten Boom aan de Barteljorisstraat was een schuilplaats gebouwd waar tientallen onderduikers hebben verbleven. Juist toen er een geheime bijeenkomst werd gehouden, viel de SD binnen en arresteerde ruim dertig aanwezigen. Twee verzetsmannen en vier joodse onderduikers wisten zich echter te verstoppen in een verborgen ruimte in een slaapkamer. Op last van de SD moesten Nederlandse agenten het huis bewaken. De dienstdoende commandant paste het dienstrooster aan zodat Jan Overzet met een betrouwbare collega alleen in het huis aan de Barteljorisstraat zou zijn: “Die twee, laat ik maar zeggen ‘Christenjongens’, konden door het raam naar buiten maar die vier joden moesten wachten tot het donker werd. We zijn de hele middag met geladen pistool bij de ingang blijven zitten, voor als de Duitsers zouden komen”. Pas in de avond, nadat ze drie dagen opgesloten hadden gezeten, konden de vier joodse onderduikers ontkomen.

Een paar dagen later kreeg Jan Overzet van een collega-agent het bericht dat een van de ontsnapten alsnog was opgepakt en doorgeslagen. De laatste twee jaar van de bezetting bracht hij door in onderduik maar hij bleef actief verzet plegen. Ook toen zijn echtgenote en twee kinderen in juni 1944 als gijzelaar werden opgesloten in kamp Vught: “De Duitsers dachten dat hun arrestatie mij zou dwingen om me aan te geven. Dat is niet gelukt”.
 

Tekst: René Pottkamp.

Bronnen:

  • Collectie documentatie II zaken, dossier 249-1275 Politieverzet
  • Interview met Jan Overzet 1992
Een Duitse Feldgendarme en een Haarlemse agent. Bron: Beeldbank WO2 - NIOD.