7 februari 2017

NIOD-directeur Frank van Vree sprak tijdens de presentatie van de studie Vergeten slachtoffers: psychiatrische inrichting De Willem Arntsz Hoeve in de Tweede Wereldoorlog in Den Dolder. Zijn toespraak staat hieronder.

Het boek dat hier vanmiddag wordt gepresenteerd, Vergeten Slachtoffers. Psychiatrische inrichting De Willem Arntsz Hoeve in de Tweede Wereldoorlog, is in de eerste plaats een belangrijk boek. Ik kom daar zo op terug.

Eerst wil ik de auteurs, Marco Gietema en Cécile aan de Stegge, van harte proficiat wensen met deze studie. Het is niet alleen een belangrijk boek, het is ook een degelijk historisch werk en bovendien uitstekend geschreven – ik heb het in één avond uitgelezen. 

Het verhaal dat in Vergeten Slachtoffers wordt verteld is in vrijwel alle opzichten een diep tragische geschiedenis – een geschiedenis van opzettelijke verwaarlozing, desintegratie, vervuiling, uitputting, van verwarring en ontmenselijking, deels als gevolg van het beleid van de nazistische leiding, deels als gevolg van de oorlogsomstandigheden, maar ook als gevolg van een structureel gebrek aan erkenning van psychiatrische patiënten als volwaardige leden van de samenleving – anders kan ik het niet noemen.

Psychiatrische patiënten behoorden tot de zwakste groepen in de samenleving en moesten als eerste ‘inleveren’ – om maar een wellicht ongepast eufemisme te gebruiken. Wat er in de Willem Arntsz Hoeve gebeurde, was allerminst uniek. De gebeurtenissen vertonen in een aantal opzichten gelijkenis met die in – bijvoorbeeld - Duitse zorginstellingen in de Eerste Wereldoorlog – een praktijk die enkele jaren later een theoretische verdediging kreeg in het werk van Hoche en Binding, Die Freigabe des Vernichtung lebensunwerten Lebens, dat de grondslag zou vormen van de grootschalige euthanasie programma’s in het Derde Rijk.

Ik zei daarnet: het verhaal in dit boek is in vrijwel alle opzichten diep tragisch – dus niet in alle opzichten. Er ligt ook een tegengeschiedenis in besloten: een verhaal van passief en actief verzet, van vasthouden aan diep-menselijke en professionele waarden. In dat opzicht onderscheidde het personeel van de Hoeve zich: ik ken niet zo veel voorbeelden van organisaties of instellingen waar zoveel personeelsleden om principiële redenen weigerden mee te werken aan de uitvoering van antisemitische maatregelen.

Dat deze geschiedenis nu pas volop aan het licht komt – ‘Vergeten Slachtoffers’ – heeft zonder twijfel te maken met de - eerder gememoreerde - structureel lage waardering van psychiatrische patiënten en andere sociaal-gemarginaliseerde groepen.  Maar dat is niet de enige reden waarom deze geschiedenis zo lang met stilte is omgeven, in Nederland, maar ook in Duitsland, waar het tientallen jaren duurde voordat de eerste verhalen, zeer voorzichtig nog, los kwamen. Er was ook schaamte, bij alle betrokkenen, dat staat vast, maar belangrijker nog is dat de herinneringen aan deze gebeurtenissen in de eerste tijd na de oorlog onleefbaar en daarmee onbespreekbaar waren. Stelt u zich voor: hoe hadden patiënten ooit een gevoel van veiligheid kunnen ervaren, wanneer die verhalen zouden rondgaan, hoe zouden ze ooit hun verplegers en artsen kunnen vertrouwen? Er was blijkbaar tijd, veel tijd nodig voordat deze ‘afwezige herinneringen’ bespreekbaar konden worden gemaakt. Ook in Duitsland, waar inmiddels veel inrichtingen deze geschiedenis van schande hebben laten uitzoeken en vastleggen.

Vergeten Slachtoffers is de eerste studie waarin de positie van psychiatrische patiënten in Nederland tijdens de bezetting, in één instelling, diepgaand en systematisch in kaart is gebracht. En de conclusies zijn schokkend. Maar in hoeverre is deze instelling representatief? We weten niet hoe het elders is gegaan – beter, minder slecht, of nog slechter – we weten het niet.

Ik denk dat dit boek in alle opzichten een follow up verdient, in de vorm van meer case studies en, vooral, een landelijk overzicht – om recht te doen aan individuen, aan groepen, die zwaar hebben geleden, maar die nooit de plaats en aandacht hebben gekregen waar zij recht op hebben – toen, en nu.

Het is nu zaak ervoor te zorgen dat dit nader onderzoek ook kan plaats vinden.