7 mei 2018

Uit het NIOD archief: het gevechtsverslag van kapitein Louis Boesten van de capitulatie op 14 mei 1940. 

Op 10 mei 1940 viel het leger van nazi-Duitsland Nederland binnen. Het veel zwakkere Nederlandse leger capituleerde in de nacht van 14 op 15 mei na het Duitse bombardement op Rotterdam. Het NIOD heeft het gevechtsverslag van kapitein Louis Boesten die met zijn compagnie (2-II-13 R.I.) een stuk van de Waal-oever moest verdedigen.

Geronk van vliegtuigmotoren en gedreun van luchtafweergeschut weerklonk in de vroege ochtend van vrijdag 10 mei 1940 boven Nederland. De militairen van het 13e Regiment Infanterie die bij Schijndel gelegerd waren, kregen rond half vier bevel om Duitse troepen te beletten de Waal over te steken. Hoewel zij enkele keren door vijandelijke vliegtuigen werden beschoten, raakten de manschappen niet in direct gevecht met de tegenstander.

De compagnie (2-II-13 R.I.) van kapitein Louis Boesten nam stelling tussen Herwijnen en Hellouw.  Op 13 mei waren zij getuige van het “afvoeren van minder gunstig politiek getinte personen, met de daaraan verbonden huiselijke tooneelen, alsmede de afvoer van duizenden stuks vee uit de polders”. Die nacht konden de soldaten nauwelijks slapen “door het geloei van het vee dat […] steeds werd aangevoerd en vrijwel overal rondliep”.

Saamhorigheid

Ondanks het grote tekort aan slaap was “het moreel van de troep uitstekend”, tekende kapitein Boesten op in het gevechtsrapport dat hij naderhand opstelde. Nog op dinsdag 14 mei zag hij hoe zijn mannen uit eigen beweging hun wapens en munitie met zakdoeken schoonmaakten. Hij proefde een sfeer van saamhorigheid en roemde hun ‘goede kameraadschap’. Groot was dan ook de ontsteltenis toen na zeven uur ’s avonds het nieuws van de capitulatie bekend werd gemaakt.

Het bevel om de wapens neer te leggen kwam van Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht generaal H. Winkelman. Op dat moment bekleedde hij het hoogste gezag in Nederland omdat de koningin en het kabinet naar Engeland waren uitgeweken. Aan het front was toen nog niet bekend dat het centrum van Rotterdam eerder die middag door Duitse bommenwerpers in de as was gelegd. Winkelman was gezwicht toen de Duitsers dreigden ook andere steden aan te vallen. Het capitulatiebevel dat kapitein Boesten in zijn commandopost ontving, verwees met de woorden “om het verder bombardeeren van open steden te voorkomen” uitdrukkelijk naar deze gebeurtenissen.

‘Groote teleurstelling’

Aanvankelijk werd het bericht ernstig in twijfel getrokken. Toen het besef echter doordrong dat het geen gerucht was, maakte “op zijn zachtst uitgedrukt groote teleurstelling” zich meester van de soldaten. Boesten herinnerde zich: “een gevoel van oprechte spijt lag dan ook duidelijk in veler betraande oogen”.

Na zijn demobilisatie keerde Louis Boesten terug naar zijn woonplaats Maastricht. Samen met zijn echtgenote leidde hij de koffie- en theehandel Maison Blanche Dael aan de Wolfstraat 28. Na de oorlog begaf hij zich als reservekapitein naar het Duitse krijgsgevangenkamp Fallingbostel waar hij zorgde voor de repatriëring van Nederlandse militairen.

Het archief van L.T. Boesten wordt bij het NIOD bewaard onder nummer 528.