8 december 2020

In People of the NIOD interviewen we medewerkers om terug te kijken op 75 jaar NIOD. Hoe zijn zij bij het NIOD terechtgekomen? Wat verbaasde hen het meest toen zij bij het NIOD kwamen werken en wat spreekt hen het meeste aan aan de collectie? Deze keer stelden we deze vragen aan Milan van Lange. Milan werkt momenteel als promovendus bij het NIOD en de Universiteit Utrecht. Zijn project ‘War and Emotions’ is gericht op de rol van emoties in de parlementaire afhandeling van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Daarbij houdt hij zich tevens bezig met het gebruik van computationele methoden in het bestuderen en analyseren van gedigitaliseerde historische bronnen. Milan heeft daarnaast meegewerkt aan het boek Oorlog in Onderzoek: 75 jaar NIOD.

Hoe ben je bij het NIOD terechtgekomen? 
'Tijdens mijn bachelor-studie Geschiedenis in Nijmegen had ik les van NIOD-onderzoeker Martijn Eickhoff. Blijkbaar hadden we veel gedeelde onderzoeksinteresses, want welke keuzevakken er ook waren, ik kwam altijd uit bij die van Martijn. Toen ik tijdens mijn masterstudie in 2014 op zoek was naar een onderzoeksstage, wezen hij en mijn scriptiebegeleider Marjet Derks mij dan ook op een functie als onderzoeksstagiair van Ismee Tames bij het NIOD.'

'Bij Ismee werkte ik mee aan historisch archiefonderzoek, maar kreeg ik ook de opdracht om nieuwe mogelijkheden van gedigitaliseerd historisch bronmateriaal voor historisch onderzoek te verkennen. Vooral de combinatie van die twee heeft mij geïnspireerd, want innovatie op het vlak van (digitaal) historisch onderzoek is nog steeds één van de speerpunten van mijn werk bij het NIOD. Zo ben ik, met een korte tussenpoos, als onderzoeksassistent en later promovendus (bij Ismee Tames en Ralf Futselaar) aan het NIOD verbonden gebleven.'

Wat had je niet verwacht toen je bij het NIOD kwam werken?
'Het NIOD kent een relatief lange geschiedenis met een gevestigde naam en bekendheid. Desondanks is het ook een dynamisch, open en veerkrachtig instituut en zijn er verschillen in de opvattingen over het instituut en haar toekomst. Ik kan uit ervaring spreken dat het NIOD ook een inspirerende plek is waar jonge onderzoekers ruimte en mogelijkheden krijgen voor innovatie, spannende nieuwe invalshoeken, perspectieven en onderzoeksmethoden.'

Wat zie je als de grootste uitdaging voor de toekomst voor het NIOD?
'Hoewel het NIOD voor veel mensen nog steeds vooral geassocieerd wordt met Nederland en de Tweede Wereldoorlog, is het instituut al lange tijd veel meer dan dat. De vele kennis, ervaring en expertise die op het NIOD aanwezig is, is steeds breder geworden in termen van thema’s, geografie en tijdspanne. Veel collega’s werken daarbij in een breed en internationaal veld, dat reikt van Syrië tot Japan en van Wit-Rusland tot Rwanda. Daarbij hoop ik dat het NIOD zich verder weet te ontwikkelen tot een meer diverse en inclusieve plek waar ruimte blijft voor zowel de archief- als de onderzoeksfunctie van het instituut.'

'Juist omdat het NIOD veel verder gaat dan alleen die Tweede Wereldoorlog, denk ik dat het instituut het in zich heeft ook in de verre toekomst relevant en toonaangevend te zijn en blijven. Het onderzoeken en begrijpen van oorlog en massaal geweld en de uitwerking daarvan op individu en maatschappij in een nationale én internationale context blijft relevant en belangrijk. Zoals veel van de huidige projecten op het instituut ook laten zien, is er ook na de Tweede Wereldoorlog nog genoeg gebeurd dat onze aandacht verdient.' 

'Ik denk dat daarom zowel de reikwijdte van archief en onderzoek, als de wijze waarop we met beide omgaan, in de komende 20 jaar sterk in ontwikkeling zullen zijn en blijven. Daarbij liggen uitdagingen voor het instituut niet alleen in het aanwenden van nieuw materiaal, maar ook in de digitalisering en het innovatief gebruik van al bestaande collecties. Dat biedt kansen voor samenwerking, zowel binnen als buiten het instituut en schept nieuwe mogelijkheden voor het onderzoeken van oorlog en geweld en de uitwerking daarvan op mens en samenleving. Al is de Tweede Wereldoorlog dan al lang voorbij, ook in de Nederlandse context maken recentere oorlogservaringen nog altijd deel uit van onze hedendaagse maatschappij.'