6 juli 2020

In People of the NIOD interviewen we medewerkers om terug te blikken op 75 jaar NIOD. Wat voor onderzoek zouden ze uitvoeren als ze een substantieel geldbedrag zouden krijgen hoe zien zij de toekomst van het NIOD voor zich? In deze aflevering stellen we deze vragen aan prof. dr. Ugur Üngür. Ugur heeft tevens meegewerkt aan het boek Oorlog in onderzoek – 75 jaar NIOD

 

Hoe ben je bij het NIOD terechtgekomen?

'In 2003 werd het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies opgericht, dat de gelijknamige Masteropleiding begon aan te bieden. Ik wilde koste wat kost die opleiding volgen en leerde NIOD-mensen kennen. Toen ik voor het eerst in het NIOD kwam, was ik natuurlijk erg onder de indruk van het gebouw, maar vooral ook geïnspireerd door mensen die hun carrières wijden aan de bestudering van geweld.

De Masteropleiding Holocaust- en Genocidestudies wilde ik per se volgen, omdat ik onderzoek wilde doen naar de Armeense genocide, en de MA leek me perfect te passen in mijn toekomstplannen. Het was niet de enige optie die ik had, ik kon namelijk ook naar Uppsala of naar het Verenigd Koninkrijk, of iets verder naar Toronto. Maar het programma trok me aan juist omdat er veel expertise was in onderwerpen waar ik minder bekend mee was, zoals de Sovjetunie. Dankzij Nanci Adler en Karel Berkhoff heb ik veel geleerd over massaal geweld onder het Stalinisme, wat bij mij het vergelijkend nadenken over genocide bevorderde. En dat heb je juist nodig, ook als je maar in één genocide bent geïnteresseerd. De grootste fout die casusspecialisten namelijk maken, inclusief Holocaust-experts, is dat ze niet over andere gevallen nadenken.'
 

Wat heeft je het meest verbaasd toen je bij het NIOD kwam werken?

'Hoewel het gebouw er erg statig uitziet en er gerenommeerde namen rondlopen op het NIOD, is de atmosfeer er altijd gemoedelijk, informeel en verwelkomend geweest. Bezoekers die voor het eerst op het NIOD zijn verkijken zich vaak op deze ogenschijnlijke paradox.'
 

Hoe kijk je terug op 75 jaar NIOD? Wat vind je van de manier waarop het NIOD zich ontwikkeld heeft?

'Het is in mondiale context een zeldzaam fenomeen dat een samenleving een instituut opricht dat haar eigen geweld onderzoekt en uitlegt, zonder te vervallen in een slachtofferidentiteit. Veel andere landen zouden er goed aan doen om ook 'een eigen NIOD' op te richten, en met distantie te kijken naar de eigen geschiedenis. De hoogtepunten van het NIOD zijn dan ook die publicaties en onderzoeksprojecten waarin het instituut haar relatieve autonomie en wetenschappelijke onafhankelijkheid bewaart, te midden van een sterk moreel en politiek krachtenveld.'
 

Als je een substantieel geldbedrag zou mogen inzetten voor het werk van het NIOD, wat voor project zou je dan starten?

'Dat project heb ik al gestart, zonder het substantieel geldbedrag, namelijk het Syria Oral History project. Het idee van het Syria Oral History Project vloeide eigenlijk vrij logisch voort uit alle andere genociden waar oral history onderzoek naar is verricht, bijvoorbeeld Armeense diaspora-intellectuelen in de VS die honderden overlevenden hebben geïnterviewd sinds de jaren ’70. En natuurlijk de vele initiatieven om overlevenden van de Holocaust te ïnterviewen: de David Boder collectie, de verzameling van Fortunoff, en natuurlijk het enorme archief van de USC Shoah Foundation. Afgezien van een inhoudelijk motief was er ook een persoonlijk motief: ik ben in Enschede opgegroeid tussen Syriërs, en in 2006 en 2009 in Syrië op vakantie geweest. De mensen die ik ontmoette en contacten die ik opdeed raakten op de ene of andere manier betrokken bij het conflict. En om die hele ontwikkeling mee te maken was nogal onthutsend. Daarnaast was er ook een belangrijke maatschappelijke behoefte, want Syriërs in Nederland (en heel Europa, inclusief Turkije) geven bijna unaniem aan dat het belangrijk is dan hun oorlog en genocide, één van de meest destructieve ooit, wordt gedocumenteerd en onderzocht.

Het is noodzakelijk om aandacht te geven aan mensen die de wereld van politiek geweld aan den lijve hebben meegemaakt, en die al dan niet toevallig in Nederland wonen. De geweldservaringen van vluchtelingen zijn een cruciaal open veld waar het NIOD meer in zou moeten investeren. Een kampbeul uit Afghanistan, een rebelcommandant uit Sri Lanka, een kindsoldaat uit Oeganda, of een voormalig gevangene uit Syrië - dit zijn allemaal voorbeelden van mensen die ook oorlogsgeweld hebben gedocumenteerd en ervaren.'
 

Waar staat het NIOD over 20 jaar?

'Hopelijk is het NIOD over 20 jaar een inclusief, divers instituut dat internationaal gerenommeerd is, niet alleen omdat het onderzoek verricht naar Nederland, maar ook naar de rest van de wereld. Het is onze taak om geweld uit het verleden aan toekomstige generaties te onderwijzen en bijvoorbeeld vluchtelingendiaspora’s te zien als kweekvijver voor toekomstige onderzoekers.'