Over de receptie van het werk van Andrzej Kondratiuk in Polen en het groteske

Behalve meedogenloos afgekraakt, wordt de filmer Andrzej Kondratiuk (geb. 1936) door de Poolse filmbeschouwers ook bejubeld en geprezen. De grilligheid van zijn werk heeft er bovendien toe geleid dat het als een ‘apart’ hoofdstuk van de Poolse filmgeschiedenis wordt gepresenteerd en letterlijk onder het lemma ‘apart’ in de naslagwerken wordt aangehaald. Door middel van receptieonderzoek brengt Iwona Guść in haar studie een complexe dynamiek in beeld tussen deze eigenzinnige en weerbarstige filmmaker en de Poolse naoorlogse filmcultuur waarin hij voortdurend gecorrigeerd, gladgestreken en gepolijst werd.

De opmerkelijke receptie van Kondratiuks werk wordt in dit proefschrift in verband gebracht met het groteske. Guść betoogt dat de typisch groteske kunstgrepen waarmee Kondratiuk de gevestigde opvattingen, conventies en normen telkens ondermijnde, doorslaggevend zijn geweest voor de aparte positie die deze kunstenaar in de Poolse film toegedicht kreeg.

Het groteske wordt in dit onderzoek opgevat als een cognitief probleem waarbinnen de ontregeling van de verwachtingen en de verwarring van cruciaal belang zijn. Guść plaatst dus niet de formele kant in het centrum van de aandacht, maar de patronen van verwarring en verstoring in de receptie van Kondratiuks werk.

De analyse van de receptiepatronen wordt sterk ingebed in de historische en institutionele context van de Poolse naoorlogse film. Het onderzoek behelst de periode 1959-2009. Guść laat in haar beschouwing zien hoe Andrzej Kondratiuk zowel in het communistische tijdperk als ook in de periode daarna de gevestigde normen en opvattingen ridiculiseerde en hoe hij hiermee zijn eigen canonisering feitelijk onmogelijk maakte.

Zie online versie van dissertatie

 

Plaats van uitgave: 
Groningen
Jaar van uitgave: 
2011