Interneringskampen in Nederlands-Indië

In de loop van 1940 bracht het Nederlands koloniaal bestuur in rap tempo het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) in staat van paraatheid, een gevolg van de toenemende oorlogsdreiging in de Pacific. Met een Japanse verrassingsaanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaï) begon deze oorlog op 7 december 1941. Onmiddellijk na ontvangst van het nieuws van de Japanse aanval verklaarde de Nederlandse regering in Londen Japan de oorlog. Op 11 januari 1942 landden de eerste Japanse soldaten op Indisch grondgebied. Na een redelijk eenvoudige verovering van de Indonesische archipel door de Japanners capituleerde het KNIL op 9 maart 1942.

De Japanse bezettingspolitiek was erop gericht Nederlands-Indië in de zogenaamde 'Groot-Aziatische Welvaartssfeer' te integreren. Deze nieuwe Aziatische politieke en economische orde onder Japanse leiding kon alleen tot stand komen door de uitbanning van alle westerse invloeden in de Indonesische samenleving. Dat betekende niet alleen de invoering van de Japanse tijd en jaartelling en een verbod op Europese media, maar ook de internering van Nederlandse en geallieerde burgers – mannen, vrouwen en kinderen – in kampen.

Internering

Gedurende de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werden in totaal ruim 42.000 militairen van het KNIL en de Koninklijke Marine in krijgsgevangenschap gehouden en ongeveer 100.000 Nederlandse burgers geïnterneerd in kampen. De krijgsgevangenen werden in een beperkt aantal grotere regionale verzamelkampen geconcentreerd. Het regime dat de Japanners over de krijgsgevangenen uitoefenden, werd steeds strenger. Krijgsgevangenen werden op grote schaal aan het werk gezet. De overgrote meerderheid van hen werd daarvoor vervoerd naar werkkampen elders in de archipel of daarbuiten. Circa 8.200 Nederlandse en Nederlands-Indische militairen zijn in Japanse krijgsgevangenschap om het leven gekomen. Voor burgergeïnterneerden waren er aanvankelijk grote en vele kleine kampen verspreid over de gehele archipel; later werden zij steeds meer in enkele zeer grote kampen geconcentreerd. Als interneringskampen werden stadswijken, gevangenissen, kazernes, scholen, kloosters en zelfs ziekenhuizen ingericht. Hier begon een interneringsperiode die voor velen bijna drie jaar of langer zou duren, en waarin de levensomstandigheden steeds slechter werden. Bijna 13.000 burgers kwamen tijdens de internering om het leven.

Het NIOD beschikt over verschillende voorwerpen, geschonken door de jaren heen, van zowel krijgsgevangenen als burgergeïnterneerden uit de kampen in Nederlands-Indië. Kijk mee in deze collectie en leer meer over deze periode uit de Nederlandse geschiedenis.

Tekst gebaseerd op www.indischekamparchieven.nl

Geïnterneerde vrouwen buigen voor vermoedelijk een Japanner (foto: BeeldbankWO2/NIOD)
Kinderen bij een pomp in interneringskamp Tjideng (foto: BeeldbankWO2/NIOD)
Meisje zittend op de brits is Leni Groen-Schiferli. Daarnaast met bolle buik haar jongste zusje Dolly. Interneringskamp Makassar (BeeldbankWO2/NIOD)