Getuigenverhaal: Jack Courant

Getuigenverhaal: Jack Courant

Jack Courant is op 10 maart 1924 in Amsterdam geboren. Hij groeit op in een Joods gezin, waarbij religie geen rol speelt. Zijn vader is pianist, zijn moeder diamantbewerkster en hij heeft een broertje. Door de economische crisis in de jaren dertig is het voor Jack niet mogelijk om te studeren en volgt hij een handelsopleiding.

Als Jack in 1942 een oproep van de Duitse bezetter krijgt om overgebracht te worden naar een werkkamp, besluit hij zonder aarzelen onder te duiken. "Ik zal mijn huid duur verkopen. Ik laat me liever doodschieten dan me als een mak schaap te laten afmaken," zegt hij daarover tegen zijn moeder.

Het lukt Jack om tot het einde van de Tweede Wereldoorlog onder te duiken. Hij heeft op drie plekken gezeten: in Rotterdam, Paterswolde en Veendam. Eén keer wordt hij bij een controle gepakt en naar het beruchte Scholtenhuis in Groningen overgebracht. Het lukt hem zelfstandig uit dit hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (geheime dienst van de nazi’s) te ontsnappen.

Na de oorlog blijkt dat de vader en het broertje van Jack de oorlog niet overleefd hebben. Zijn moeder wel en die keert terug uit de kampen.

Jack wordt huisarts van beroep. Zijn zoon heeft de praktijk inmiddels overgenomen. Zijn motivatie om te spreken voor jongeren is om deze in aanraking te brengen met een levende getuige van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.