Ga direct naar: Inhoud
-
Verzameling van F.W. Stammeshaus, uitgestald in zijn woning in Seulimeum (Aceh), 1912. Foto afkomstig uit het Archief Stammeshaus, met dank aan John Klein Nagelvoort.
Projecten

Pilotproject Provenance Research on Objects of the Colonial Era (PPROCE)

Het Pilotproject Provenance Research on Objects of the Colonial Era (PPROCE) was een gezamenlijk initiatief van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, het Rijksmuseum Amsterdam (RMA) en het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW), en werd uitgevoerd onder leiding van het NIOD en het daarin ondergebrachte Expertisecentrum Restitutie (ECR). Doel van het project was het ontwikkelen van een methode voor het doen van onderzoek naar en aanbevelingen te doen over de organisatie en het beleid rondom herkomstonderzoek naar koloniale collecties. Het project werd uitgevoerd van november 2019 tot 17 maart 2022.

Partners in het project waren de Open Universiteit, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde (KITLV), de Universiteit Leiden en de Reinwardt Academie. Het project is uitgevoerd met financiële steun van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Presentatie

Op 17 maart 2022 werden de resultaten van dit project gepresenteerd en het eindrapport overhandigd aan de staatsecretaris van media en cultuur, dr. Gunay Uslu. U kunt hier het programma van de presentatie vinden, en hier de presentatie terugkijken.

-
Frank van Vree overhandigde het rapport 'Sporen' aan staatssecretaris Cultuur en Media Gunay Uslu. Foto: Sander Foederer (17 Maart 2022)

Resultaten van het project

In het rapport ‘Sporen. Onderzoek naar herkomstgeschiedenis en betekenisgeving van culturele objecten en collecties verworven in koloniale situaties’ wordt verslag gedaan van de bevindingen van PPROCE. Het rapport is verschenen het Nederlands, Engels en Indonesisch. Het rapport is bestemd voor een divers publiek van beleidsmakers, erfgoedprofessionals en andere geïnteresseerden - in Nederland, maar ook in andere delen van de wereld.

Onderdeel van het rapport zijn:

  • Een schets van de achtergronden en uitgangspunten van dit pilotonderzoek (hoofdstuk 1)
  • Een reflectie op de theoretische en politieke dimensies van herkomstonderzoek (hoofdstuk 2)
  • Methodologische aanbevelingen voor het doen van herkomstonderzoek (hoofdstuk 3)
  • Een ontwerp-toetsingskader voor de beoordeling van onderzoek door een onafhankelijke adviescommissie (hoofdstuk 4)
  • Aanbevelingen met betrekking tot de samenwerking met onderzoekers en erfgoedinstellingen in landen van herkomst en het verdere beleid ten aanzien van herkomstonderzoek (hoofdstuk 5)
  • Zes essays met reflecties van betrokken onderzoekers over verschillende vraagstukken van restitutie en herkomstonderzoek

Daarnaast – en dit vormt de basis voor de bevindingen van het rapport – zijn 65 objecten uit Indonesië en Sri Lanka op diepgravende wijze onderzocht. Dit resulteerde in vijftig herkomstverslagen, die hier kunnen worden gedownload. Een deel van deze objecten, uit de collecties van NMVW en RMA, werd geselecteerd in samenspraak met partners in Sri Lanka en Indonesië.

Achtergrond van dit onderzoek

In de context van een bredere internationale discussie zijn Nederlandse musea zich steeds meer bewust van de vraag naar de rechtmatigheid en rechtvaardigheid van het beheren van objecten die als koloniale verwervingen in hun collecties terecht zijn gekomen. Bij het beantwoorden van die vraag is het van essentieel belang om de herkomstgeschiedenis van deze objecten te kennen. Beleidsontwikkeling is derhalve onlosmakelijk verbonden met wetenschappelijk herkomstonderzoek. Nederlandse musea zien het doen van onderzoek naar de herkomst van museumcollecties als een kerntaak. Het onderzoek naar koloniale collecties kent echter een specifieke complexiteit. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de deels overerfde koloniale uitgangspunten van waaruit deze collecties ter plekke verzameld en gecategoriseerd zijn, aan de eenzijdige aard van het beschikbare bronnenmateriaal die daar het gevolg van is, en aan de verschillende culturele en politieke betekenissen van objecten in (voormalige) koloniserende en gekoloniseerde landen. In Nederland bestaat dan ook een grote wens om, vanuit een besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid, onderzoek te doen naar de problematiek en de benodigdheden voor de verdere ontwikkeling van herkomstonderzoek naar koloniale collecties. De publicaties van PPROCE vloeiden uit deze behoefte voort.

Team

Aan de totstandkoming van het rapport en de herkomstverslagen werkten de volgende mensen mee:

Projectleiding:

Ellen Grabowsky (ECR/NIOD) en Jona Mooren (ECR/NIOD)

Herkomstonderzoekers:

Marieke Bloembergen (adviseur, KITLV/Universiteit Leiden), Doreen van den Boogaart (ECR/NIOD), Caroline Drieënhuizen (Open Universiteit), Melle Monquil (ECR/NIOD), Tom Quist (NMVW), Alicia Schrikker (Universiteit Leiden), Mirjam Shatanawi (Reinwardt Academie) en Klaas Stutje (ECR/NIOD)

Projectsecretaris:

Icha El-Achkar (ECR/NIOD)

Stuurgroep:

Marieke Bloembergen (adviseur, KITLV/Universiteit Leiden); Francine Brinkgreve (NMVW); Menno Fitski (Rijksmuseum, vanaf 2020); Martine Gosselink (Rijksmuseum, tot 2020); Jan de Hond (Rijksmuseum); Henriëtta Lidchi (NMVW); Frank van Vree (NIOD, voorzitter)

Deel deze pagina
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
Volg ons op
NIOD
Herengracht 380
1016 CJ Amsterdam
020 52 33 800
Openingstijden studiezaal
  • Di - Vr09:00 - 17:30 u
  • Gesloten op maandag