Gedurende de Duitse bezetting zijn ongeveer 107.000 Joodse Nederlanders en Joodse vluchtelingen weggevoerd. Hiervoor gebruikten de Duitsers kamp Westerbork in de provincie Drenthe. Dit kamp was in 1939 als Centraal Vluchtelingenkamp voor uit Duitsland gevluchte Joden in gebruik genomen. In 1942 werd het een Durchgangslager, een tijdelijke verblijfplaats voor in Nederland levende Joden. Ook 245 Sinti en Roma werden van hieruit naar concentratie- en vernietigingskampen gedeporteerd. Bijna iedere week vertrok een trein naar het oosten; in totaal 93 transporten. Slechts circa 5.000 à 5.500 Joodse gedeporteerden overleefden de oorlog.

De website van Herinneringscentrum Kamp Westerbork geeft de volgende cijfers voor deportaties vanuit dat kamp:

Naar Auschwitz werden meer dan 60.000 mensen gedeporteerd, van wie er minder dan 900 overleefden. Naar Sobibor werden 34.313 personen gedeporteerd, van wie er slechts 18 overleefden. Naar Theresienstadt werden bijna 5.000 Joden gedeporteerd; 3.000 van hen werden later doorgestuurd naar Auschwitz. Zij zijn bijna allen vermoord. In Theresienstadt kwamen in het getto meer dan 175 Nederlandse Joden om. Van de 3.751 naar Bergen-Belsen gedeporteerden overleefden er ongeveer 2.000. Er waren nog enkele andere Duitse kampen waar vanuit Westerbork Joden naar zijn getransporteerd, maar die transporten betroffen veel kleinere aantallen. Volgens het Herinneringscentrum keerden in totaal slechts circa 5.000 Joden die vanuit Westerbork waren gedeporteerd terug.

Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 708, geeft de volgende aantallen gedeporteerde Joden en overlevenden:

  • Uit Nederland naar Mauthausen (1941 en 1942): ca. 1750 gedeporteerden, 1 overlevende
  • Uit Nederland naar andere concentratiekampen in Duitsland (1940-1942): ca. 100 (?) gedeporteerden, ? overlevenden
  • Uit gevangenissen in Duitsland naar concentratiekampen in Duitsland (1940-1942): ca. 100 (?) gedeporteerden, ? overlevenden
  • Uit België en Frankrijk naar Auschwitz (1942-1944): ca. 2.000 (?) gedeporteerden,  ca. 100 (?) overlevenden
  • Uit Westerbork naar Kosel (28 aug.-8 dec. 1942): ca. 3.450 gedeporteerden, 181 overlevenden
  • Uit Westerbork en Apeldoorn naar Auschwitz (15 juli 1942-23 febr. 1942): 42.945 gedeporteerden, 84 overlevenden
  • Uit Westerbork naar Sobibor (maart-juli 1943): 34.313 gedeporteerden, 19 overlevenden
  • Uit Westerbork naar Auschwitz (24 aug. 1943-3 sept. 1944): 11.985 gedeporteerden, 588 overlevenden
  • Uit Vught naar Auschwitz (15 nov. 1943, 3 juni 1944): 1. 646 gedeporteerden, 198 overlevenden
  • Uit Amsterdam en Westerbork naar Theresienstadt (1943-1944): 4.894 gedeporteerden, ca. 1.980 overlevenden
  • Uit Westerbork naar Buchenwald en Ravensbrück (okt. 1943): 150 gedeporteerden, ? overlevenden
  • Uit Westerbork naar Bergen-Belsen (1944):  3.751 gedeporteerden, ca. 2.050 overlevenden

Volgens De Jong waren er ruim 5.200 overlevenden. 

Volgens Bert Jan Flim zijn ongeveer 5.500 personen teruggekeerd van deportatie: circa 5.400 repatrianten die vanuit Nederland waren weggevoerd en circa 100 repatrianten die vanuit het buitenland waren gedeporteerd (bron: Jozeph Michman en Bert Jan Flim (red.), Rechtvaardigen onder de Volkeren; Nederlanders met een Yad Vashem-onderscheiding voor hulp aan joden, Amsterdam/Antwerpen 2005, pag. 30).