Het is niet precies bekend hoeveel Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven verloren in Nederland, Indonesië of elders ten gevolge van directe oorlogshandelingen of maatregelen van de bezetters. Een voorzichtige schatting komt op omstreeks 250.000 slachtoffers, maar die schatting heeft grote onzekerheidsmarges. Er zijn verschillende slachtoffercategorieën te onderscheiden. Van sommige groepen is vrij precies bekend hoeveel slachtoffers er waren, van andere worden slechts grove schattingen gegeven. Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in de publicatie De doden tellen; Slachtofferaantallen van de Tweede Wereldoorlog en sindsdien van het Nationaal Comité 4 en 5 mei (herziene editie, Amsterdam 2016).

  • Slachtoffers Jodenvervolging: ca. 102.000-104.000
    Bronnen: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 70 en 887; Israel Gutman, Sara Bender, Jozeph Michman en Bert Jan Flim (red.), Rechtvaardigen onder de Volken; Nederlanders met een Yad Vashem-onderscheiding voor hulp aan Joden (Amsterdam/Antwerpen 2005), pag. 30; De doden tellen, pag. 63-66; Herinneringscentrum Kamp Westerbork, De 102.000 namen; The 102.000 names; Ha-shemot 102.000 (Amsterdam 2018). Het aantal van 102.000 slachtoffers heeft betrekking op "zij die onder dwang uit hun huis zijn gehaald en naar een kamp of gevangenis zijn overgebracht en daar of op een andere locatie zijn vermoord of bezweken"; daarbij zijn niet meegeteld: zelfdodingen in thuissituatie, overleden in onderduik, en Nederlanders die soms al decennialang officieel in België of Frankrijk woonden en via die landen zijn gedeporteerd (De 102.000 namen, pag. 2097). Indien deze groepen wél worden meegeteld, komt het aantal slachtoffers mogelijk op meer dan 104.000.
  • Omgekomen Roma en Sinti: 215
    Bron: B.A. Sijes, Vervolging van zigeuners in Nederland 1940-1945 (Den Haag 1979), pag. 134; De doden tellen, pag. 69.
  • Overleden als gevolg van de daling van de volksgezondheid: ca. 50.000
    Bron: NIOD, Lijst ‘verliezen van de bevolking’, augustus 1986.
  • Burgerslachtoffers van oorlogshandelingen: ca. 30.000
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10b, pag. 1448 en deel 12, pag. 65.
  • Slachtoffers Hongerwinter 1944-1945: ca. 15.000-25.000
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10b, pag. 219; G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger; De Voedselvoorziening 1940-1945 (Utrecht 1985), pag. 406.
  • Omgekomen ten gevolge van de arbeidsinzet in Duitsland: ca. 8.500
    Bron: B.A. Sijes, De arbeidsinzet; De gedwongen arbeid van Nederlanders in Duitsland, 1940-1945 ('s-Gravenhage 1990 [1966]), pag. 605.
  • Omgekomen vrijwilligers in Duitse dienst: ca. 4.000-6.000
    Bron: N.K.C.A. in ’t Veld, De SS en Nederland (Amsterdam 1976), pag. 406.
  • Omgekomen in gevangenissen en concentratiekampen in Duitsland: ca. 4.400
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 393. Dit aantal heeft alleen betrekking op gedetineerden en zogeheten Schutzhäftlinge; Holocaust-slachtoffers zijn hier niet meegeteld.
  • Gesneuvelden Koninklijke Marine: ca. 2.900
    Bron: NIOD, Lijst ‘verliezen van de bevolking’, augustus 1986.
  • Gesneuvelden Koninklijke Landmacht: ca. 2.300
    Bron: NIOD, Lijst ‘verliezen van de bevolking’, augustus 1986.
  • Executies in Nederland (nagenoeg allen verzetsdeelnemers): ca. 2.000-3.000
    Bronnen: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 886; Peter H. Heere en Arnold Th. Vernooij, De Eerebegraafplaats te Bloemendaal (Den Haag 2005), pag. 19, noot 14. 
  • Gesneuveld personeel koopvaardij: ca. 1.600-2.100
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 9, pag. 762. Een groot deel van de bemanningsleden van de Nederlandse koopvaardijvloot bestond uit niet-Nederlanders. De Jong schat dat ongeveer 2.100 uit Nederland afkomstige bemanningsleden tijdens de oorlog zijn overleden, en dat van hen ruim 1.600 slachtoffer geworden zijn van 'oorlogsactie'. De overigen zouden zijn overleden als gevolg van ouderdom, ziekte of scheepsongevallen. De Jong schat het totale aantal overledenen onder de opvarenden van de koopvaardijvloot (dus inclusief niet-Nederlanders) op 3.600. Het boek De Nederlandse koopvaardij in oorlogstijd (Amsterdam 2014), onder redactie van Anita van Dissel, Martin Elands, Hylke Faber en Pieter Stolk, meldt dat circa 3.400 bemanningsleden van de Nederlandse koopvaardij "bij de uitoefening van hun plicht" om het leven zijn gekomen (pag. 48).
  • Omgekomen in concentratiekampen in Nederland: ca. 570
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 695.
  • In Duitse krijgsgevangenschap overleden: ca. 300-400
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 125.
  • In Indonesië omgekomen geïnterneerde burgers: ca. 13.000-16.800
    Bronnen: D. van Velden, De Japanse interneringskampen (Groningen 1963), pag. 368, noot 1; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 11b, pag. 753-754. H.L. Zwitzer gaat uit van 13.000 doden, maar meent dat dit cijfer gecorrigeerd dient te worden met het vooroorlogse sterftepercentage. In dat geval zou de sterfte op 10.580 uitkomen. H.L. Zwitzer, Mannen van 10 jaar en ouder (Franeker 1995), pag. 83.
  • In Japanse krijgsgevangenschap overleden: ca. 8.200
    Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 11b, pag. 575.