Ga direct naar: Inhoud
-
Blog

Een archief van verdriet

Gepubliceerd op 22 december 2021
“Als ik paar lijsten heb gedaan, ga ik daarna vaak langs het Namenmonument – ik woon er vlakbij – en leg een steentje bij de families wiens inboedel ik net heb getranscribeerd.” Aldus een van de vrijwilligers van het project ‘Papieren Getuigen’ tijdens de studiedag die op 18 november 2021 plaatsvond. Projectmedewerkers Floris Kunert, Eva van Leeuwen en Hinke Piersma schrijven over wat het werken met een ‘archief van verdriet’ met mensen doet.

Papieren Getuigen beoogt het toegankelijk maken van het archief van de roofinstelling Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR). In dit archief is de neerslag te lezen van de beroving van tienduizenden Joodse inwoners van Nederland. De roof van inboedels, waarmee de ERR was belast, markeert een belangrijk punt in het proces van hun marginalisering en ontrechting, dat in Nederland op bureaucratische wijze en via een veelheid aan verordeningen en regels verliep.

Was het archief tijdens de Duitse bezetting een administratie waarin minutieus werd vastgelegd wat iemand bezat, van kapstok tot kleding, van linoleum vloerbedekking tot lepel, in de jaren vijftig van de vorige eeuw diende hetzelfde archief om de waarde van dat bezit te schatten. Op grond daarvan konden overlevenden of hun nabestaanden schadeclaims indienen bij de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland.

Emoties bij het werken met een Holocaust archief

Met het project Papieren Getuigen, waarbij een honderdtal vrijwilligers de duizenden inboedellijsten transcriberen, krijgt het archief opnieuw betekenis. Van een zakelijke benadering is geen sprake meer. Nu overheerst er afschuw over de inbreuk op wat een veilige omgeving had moeten zijn en wijze waarop de private sfeer door de medewerkers van de ERR met voeten werd getreden.

De impact van het overtypen van de duizenden formulieren op de vrijwilligers is groot. De omvang van de gebeurtenissen maakt indruk: in sommige buurten was bijna ieder huisnummer in de straat getroffen en door het hele land werden woningen leeggehaald. Onze vrijwilligers komen in aanraking met talloze persoonlijke tragedies die zich vanaf de machtsovername van Hitler in 1933 voltrokken. ‘Nur kleider’ wordt op menige lijst genoteerd, omdat de persoon in kwestie zijn of haar bezit al eerder op de vlucht was kwijtgeraakt, of omdat door het bevel tot verhuizing naar een als ‘Joodse wijk’ aangewezen buurt spullen moesten worden achtergelaten. Maar er zijn ook formulieren die nog intacte inboedels tot in het kleinste detail documenteren. Het wekt interesse in het levensverhaal van de mensen. Vrijwilligers stellen zich voor hoe de woningen er van binnen uitzagen en zoeken soms de huizen op de kaart op. Tijdens het werken met het materiaal ontstaat boosheid en verdriet, maar soms ook opluchting als blijkt dat iemand de oorlog heeft overleefd.

Vooral het overtypen van opsommingen kinderspeelgoed maakt indruk, maar ook wanneer het inboedels van echtparen betreft van wie de ene partner Joods is en de andere niet-Joods. Confronterend is het dan om zo zwart op wit de inboedelscheiding te lezen van ‘Jood’ en ‘Ariër’. Soms worden de laatste spulletjes van iemand gereduceerd tot ‘wertlose Sachen’ en ook dat is, aldus de vrijwilligers, wreed om te lezen.

De emotionele betekenis van bezitsverlies

De emotionele betekenis van bezitsverlies is nog weinig onderzocht. Misschien omdat de vanzelfsprekendheid van de dingen om je heen zich moeilijk laten analyseren, het gevoel van veiligheid  daarvan zich niet gemakkelijk laat omschrijven. Welke woorden geef je aan de vanzelfsprekendheid van een luie stoel of aan de potten en pannen om je heen. Welke woorden zijn er toereikend voor het beschrijven van gevoelens van onveiligheid wanneer vreemde handen lades opentrekken, kamer voor kamer door spullen heen gaan.

In haar boek Voorbij het geheugen (2019) schrijft Maria Stepanova dat het archief een ‘overvloed aan levens’ draagt. Heeft de geschiedenis een ‘smalle hals’ en genoeg aan een paar uitvergrote details, het archief ‘brengt ons terug naar het eenmalige, het unieke van elke ons onbekende gebeurtenis’. Dat geldt ook voor het ERR-archief. Bij ieder formulier met een naam, een adres, een plaats en een inboedellijst hoort een verhaal van verlies.

Soms hebben de ERR-medewerkers persoonlijke informatie over de bewoners opgeschreven, zoals het beroep, of hinten zij erop dat de bewoner wellicht is ondergedoken. ‘Der Jud ist 14 tagen vergangen nicht mehr zurück gekommen’ (‘de Jood is 14 dagen geleden verdwenen en niet teruggekomen’), luidt de tekst op een van de formulieren. In het ERR-archief bevinden zich ook lijsten van kunstenaars en musici, zoals de schilderes Bertha van Bruggen en violist en concertmeester van het Residentieorkest Sam Swaap. Bij hem stelden de ERR-medewerkers in mei 1942 vast dat zijn grootste bezit zijn drie violen waren, waaronder een Vuillaume. Weeshuizen ontsnapten evenmin aan een bezoek van de medewerkers van de ERR. Zo is er het formulier van Bernard Salomon Themans, die samen met zijn vrouw Judik de zorg droeg voor een zeventigtal weeskinderen van het Centraal Israëlitisch Weeshuis in Utrecht. Vrijwel niemand van hen zou de oorlog overleven, maar de lijst van de inboedel is bewaard gebleven.

Hoewel de formulieren zijn opgesteld door daders, schemert er tussen de regels door het verhaal van de slachtoffers. De formulieren hebben daarmee iets weg van vervaagde foto’s, die een momentopname bieden van duizenden individuen en gezinnen die zich in een kwetsbare positie bevonden. Het toont mensen die buiten de samenleving kwamen te staan, van wie hun economische bestaansgrond werd afgenomen, die werden verdreven uit hun vertrouwde omgeving.

Met Papieren Getuigen willen we bijdragen aan het verder zichtbaar maken van de immense omvang van ontrechting en bezitsverlies en wat dat betekende voor de mensen die erdoor getroffen werden.

Deel deze pagina
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
Volg ons op
NIOD
Herengracht 380
1016 CJ Amsterdam
020 52 33 800
Openingstijden studiezaal
  • Di - Vr09:00 - 17:30 u
  • Gesloten op maandag