Ontsnappen om de wereld te waarschuwen

Auschwitz is het bekendste concentratiekamp en wordt gezien als hét symbool van de Holocaust. De meeste mensen hebben er over geleerd op school, of zijn er zelfs een keer geweest. Omdat het zo’n populair onderwerp is, denken we regelmatig dat we het fijne er nu wel van weten. Toch is het relatief onbekend dat tijdens de oorlog 667 gevangenen uit Auschwitz zijn ontsnapt. Van hen ontsnapten er twee om de wereld voor de bedoelingen van de nazi’s te waarschuwen. Hun ervaringen werden opgeschreven in een rapport, dat de geallieerden bereikte. Het zou voor een doorbraak in het denken van de geallieerden zorgen.

Op 7 april 1944 wisten twee gevangenen uit Auschwitz te ontsnappen. Zij hadden allebei relatief hoge posities in het kamp; hierdoor konden zezich voorbereiden op hun ontsnapping. Rudolf Vrbra en Alfred Wetzler verstopten zich op 7 april onder een stapel hout. Deze stapel was besprenkeld met olie en tabak, zodat de honden van de SS hun aanwezigheid niet zouden kunnen ruiken. Omdat Vrbra en Wetzler al vrij lang in het kamp zaten, wisten zij precies wat de procedure van de bewakers was als er iemand was ontsnapt. Daarom hielden zij zich 3 dagen en nachten verborgen, voordat ze de vlucht naar de Slowaakse grens begonnen.

Na 10 dagen wisten zij de grens te bereiken en met hulp van enkele boeren bereikten zij de Joodse Raad. Deze raad, die over de Joden in hun stad ging, luisterde naar de verhalen van Vrbra en Wetzler en tekende hun getuigenissen op. Tijdens hun tijd in het kamp hadden beide heren informatie over het kamp verzameld en in twee buisjes gestopt. Één hiervan waren ze tijdens hun vlucht verloren, maar de andere konden ze als bron aan de Joodse Raad laten zien.

De informatie die zij meenamen vertelde over hoe het kamp eruit zag en hoe het er in het kamp aan toe ging. Zij vertelde dat Auschwitz eigenlijk uit drie kampen bestond: Auschwitz, Birkenau en Harmese. Auschwitz was het concentratiekamp voor politieke gevangenen, Birkenau was een werkkamp en hier stonden ook de crematoria. Harmese was een landbouwwerkkamp, waar volgens het rapport de as van verbrande Joden werd gebruikt als meststof voor het land.

Verder werd in het rapport de procedure van selectie op het perron uitgebreid beschreven. Doordat Vrbra en Wetzler wisten dat 10% van de mannen en 5% van de vrouwen werden geselecteerd, konden zij een schatting maken van hoeveel mensen er werden vergast. Zij schatten dit op ongeveer 1.765.000 mensen.

Nadat de Joodse Raad de getuigenissen had samengesteld tot het Vrbra-Wetzler rapport, werd geprobeerd deze informatie aan de geallieerden over te brengen. Dit leek te lukken toen de BBC een bericht uitzond over het rapport. Ook de Zwitserse pers deed uitgebreid verslag van het rapport. Er was nu nieuwe informatie bekend bij de geallieerden en dit zorgde voor een mentaliteitsverandering. De geallieerden hadden immers altijd gedacht dat Auschwitz een groot werkkamp was voor Poolse gevangenen. Nu werd echter duidelijk dat hier geen sprake van was. Ook Zwitserland leek wakker geschud te worden. Zwitserland leek af en toen pro-Duits te zijn, maar nu versterkten een anti-nazistisch geluid. Het rapport zorgde dus voor de eerste betrouwbare informatie over Auschwitz en het doel van de geallieerden.

Mensen die kennis hadden van wat er in Auschwitz gebeurde, werden vaak voorstanders van het bombarderen van Auschwitz, om zo de moordfabriek stop te zetten. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, de geallieerden hebben geen duidelijke acties ondernomen om Auschwitz zo snel mogelijk halt toe te roepen. De reden dat zij niet reageerden is nooit helemaal duidelijk geworden. Waarschijnlijk heeft het te maken gehad met het feit dat de geallieerden druk bezig waren met het plannen D-Day en alle oorlogsmiddelen hierin geïnvesteerd moesten worden. De beste manier om de Joden te helpen zou hen bevrijden zijn. Dat kon alleen als D-Day zou slagen en Duitsland zou worden verslagen. Hier hebben zij een punt, maar dit neemt niet weg dat in de tijd tussen het verschijnen van de Vrbra-Wetzler rapport en het einde van de oorlog nog honderdduizenden Joden zijn vermoord in Auschwitz. Dit had wellicht voorkomen kunnen worden als de geallieerden meer hadden gedaan voor de Joden.

Door het rapport zagen de geallieerden eindelijk de ernst van de zaak in, maar bleven de gruwelijkheden die dit rapport beschreef gewoon doorgaan. Het is voor te stellen dat de geallieerden niet konden bevatten wat er in Auschwitz gebeurde en daarom er niet voor hebben gekozen om de gevangen gelijk te hulp te schieten. Al met al is het behoorlijk verbijsterend dat twee mannen uit Auschwitz ontsnapte met het doel om de wereld te waarschuwen. De vraag is echter of het ze gelukt is.

Durkje Salman (1997) is tweedejaarsstudent geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Ze specialiseert zich in de Tweede Wereldoorlog en de periodes kort ervoor en erna. Ze houdt zich het liefst met onbekende en vergeten gebeurtenissen, zo valt er altijd iets nieuws te ontdekken.

Rudolf Vbra (links) en Alfred Wetzler
De schets van Auschwitz-Birkenau in het Vbra-Wetzlerrapport