Selectief herdenken

Na mijn examen geschiedenis te hebben gehaald, wist ik haast alles over de bekendste dictator uit de geschiedenis. Zo ben ik op de hoogte van de koosnaampjes die hij zijn herdershonden gaf en weet ik dat hij een diehard vegetariër was. De suffe aquarelstillevens die hij maakte als straatkunstenaar herken ik eenvoudig, ik weet dat hij zelf stiekem Joodse overovergrootouders had en in de laatste dagen van zijn leven regelmatig LSD gebruikte. Op de middelbare school werd het tellen van Hitlers snorharen immers belangrijker geacht dan aandacht besteden aan de andere massamoordenaars van de geschiedenis.

Over de Rwandese, Armeense en Cambodjaanse genocide had ik al wel eens het één en ander gehoord, maar veel was het niet. Alle drie werden niet behandeld tijdens de geschiedenislessen op het vwo en op de universiteit besteedde mijn dikke lesboek er ronduit twee pagina’s aan. Het lijkt om een bewuste selectie te gaan, gebaseerd op politiek-gevoelige kwesties. Een andere reden om miljoenen doden te reduceren tot een stukje van 100 woorden kan ik eigenlijk niet verzinnen.

De Armeense genocide is in Nederland officieel ‘de Armeense kwestie’. Het drama van Cambodja ligt in West-Europa nog steeds wat gevoelig, omdat de Verenigde Staten nét een te grote rol hadden in het drama en de Verenigde Naties niet op een hele slimme manier erop inspeelde (lees: Pol Pot nog jarenlang na zijn regime een zetel in de Veiligheidsraad aanbieden). De burgeroorlog in Rwanda werd in de jaren ’90 volop weggezet als een ouderwetse stammenoorlog, en mensen zijn nog steeds geneigd om het te simplificeren als een conflict tussen ‘de Hutu’s en de Tutsi’s’. Het verloren fotorolletje in de Dutchbat-zaak maakt de Nederlandse rol in Srebrenica nog steeds een gecompliceerd iets, waar we het liever niet te vaak over hebben. Daarom roepen we massaal “Nooit meer Auschwitz!”, maar laten we het daar ook bij.

Het is een ironisch iets. Als je mensen vraagt naar het verschrikkelijkste dat ooit gebeurd is, zullen de meesten met volle overtuiging de Holocaust noemen. Dat terwijl er na de Holocaust nog volop etnische minderheden zijn omgebracht, zonder dat de internationale gemeenschap er kundig op inspeelde, en zonder dat het enorm veel aandacht en huivering opriep bij de massa’s. Hoe kunnen we eigenlijk zo hard roepen dat er nooit meer iets mag plaatsvinden als Auschwitz, terwijl we de conflicten die daarna plaatsvonden zoveel mogelijk genegeerd en gerelativeerd hebben?

Herdenken is een belangrijke zaak, maar moet niet beperkt zijn tot het branden van een kaarsje en het eren van de overledenen. Zolang herdenken niet wordt omgezet in nadenken over het heden, zullen er alleen maar nieuwe rampen komen waar we enkele minuten stil voor kunnen zijn. De eerste stap tot een eerlijke en toekomstbestendige discussie over genocides is het juist informeren en lesgeven over ‘de andere genocides’. Als zelfs geschiedenisstudenten de namen Pasja en Bagosora niet kennen, kunnen we constateren dat het collectief geheugen een opfrisbeurt kan gebruiken. 

Nora Gosselink (1996) loopt stage op het NIOD, werkt voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en studeert geschiedenis.