6 september 2018

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) hebben gezamenlijk besloten tot oprichting van een Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog. Het Expertisecentrum is ondergebracht bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en is op 1 september 2018 van start gegaan. De voornaamste taak van het centrum is het verrichten van onderzoek voor de onafhankelijke Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog , die in 2001 door de regering werd ingesteld.

KNAW-president Wim van Saarloos (rechts) en minister Ingrid van Engelshoven (tweede van rechts) tijdens de ondertekening voor het nieuw opgezette Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog

De oprichting van het Expertisecentrum volgt uit een eerder genomen ministerieel besluit om de verschillende werkzaamheden van de Adviescommissie Restitutieverzoeken (vaak kortweg aangeduid als de Restitutiecommissie) van elkaar te scheiden en het onderzoek elders onder te brengen.

Het Expertisecentrum zal onderzoek doen op verzoek van de onafhankelijke Adviescommissie Restitutieverzoeken dan wel partijen die zich tot deze Adviescommissie hebben gewend in het kader van (mogelijke) restitutieverzoeken, of de overheid zelf. Daarnaast zal het Expertisecentrum fungeren als een landelijk en herkenbaar aanspreekpunt voor musea, pers, onderzoekers en andere geïnteresseerden. De Adviescommissie en het secretariaat blijven in ongewijzigde vorm bestaan.  

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is veel kunst door de nazi’s geroofd of vernield. Ook in Nederland hebben eigenaren tegen hun wil afstand moeten doen van kunstwerken. Vaak kwamen deze eigenaren na deportatie niet terug, maar een deel van de kunst wel. Kunstobjecten waarvan het zeker, of in hoge mate waarschijnlijk, is dat ze tussen 1933 en 1945 geroofd, geconfisqueerd of onder dwang verkocht zijn, kunnen sinds vijftien jaar gerestitueerd worden aan de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar.

Het besluit het Expertisecentrum onder te brengen bij het NIOD vloeit voort uit de herkenbare maatschappelijke positie die het instituut al decennia inneemt als kennis- en onderzoekscentrum voor een breder publiek en professionals. Door de bijzondere focus van het NIOD op zowel de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog als op het terrein van de Transitional Justice is het onderzoeksinstituut een logische plek voor de bundeling en verankering van kennis, kunde en werkzaamheden rondom de restitutie van naziroofkunst in Nederlands bezit.

Met de oprichting van het Expertisecentrum worden de activiteiten van drie verschillende organisaties gebundeld: de onderzoeksafdeling van de Adviescommissie Restitutieverzoeken, Bureau Herkomst Gezocht en de Museumvereniging. Uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in 2015 kwam naar voren dat kennis, kunde en werkzaamheden rondom de restitutie van naziroofkunst in Nederlands bezit was versnipperd. Door het onderbrengen van het Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies wordt de kennis die de afgelopen vijftien jaar is opgedaan gebundeld en verankerd.

Bij de ondertekening van de overeenkomst tussen OCW en de KNAW wees de minister van OCW, mevrouw Ingrid van Engelshoven, op het belang van deze stap. De kennis en kunde die de afgelopen vijftien jaar in Nederland  rond het vraagstuk van roof en restitutie is opgedaan, mag volgens haar niet verloren gaan. Ze verklaarde blij te zijn met de oprichting van het Expertisecentrum als landelijk en herkenbaar aanspreekpunt en de onderbrenging daarvan bij een gerenommeerd instituut als het NIOD. Het belangrijke werk op het gebied van restitutie is daarmee voor de toekomst geborgd, aldus de minister.

NIOD-directeur prof. dr. Frank van Vree voegde daar aan toe dat het NIOD de problematiek van roof en restitutie als een belangrijk onderdeel van zijn werkterrein beschouwt, omdat deze naadloos aansluit bij het lopende, omvangrijke onderzoek naar rechtsherstel en de gevolgen van oorlog en massaal geweld. Het NIOD ziet bovendien een directe band met het onderzoek naar de koloniale geschiedenis en vraagstukken van transitional justice.